Geschiedenis
Tasjkent betekent letterlijk “stad uit steen”. Er zijn
trouwens verschillende historische bronnen die verschillende benamingen
hanteren. In de 4e en 3e eeuw v.Chr. leefden hier mensen.
Tasjkent is al van oudsher een belangrijke spil in de zijderoute. Timur sticht
hier – later – een enorme vesting.In de tijd van de Schaibarieden, die voor het eerst
de Oezbekische staat stichtten ,wordt Tasjkent een belangrijk(e) handelscentrum
en handelswerkplaats. Na het ineenstorten van die dynastie komen er
verschillende khanaten, die in 1723 weer onderworpen worden door nomaden uit
het westelijk Mongolië, de Dzjoengaren. De stad behoudt zijn economische
sterkte, heeft contacten met Rusland en na de bevrijding van de Dzjoengaren
wordt het in 1796 hoofdstad van de gelijknamige staat. Deze staat drukt eigen
munten, had een eigen Heer en heeft een eigen binnen- en buitenlandse politiek.
Er zijn spinnerijen, fabricage van
zijden stoffen, smeedhandwerk, gouden borduurwerk. Op de diverse bazaars worden
spullen uit China, Afghanistan, Buchara, Samarkand, Rusland en Perzië
verhandeld.
In 1814
verliest Tasjkent z’n onafhankelijkheid als staat en wordt bezit van het
Khanaat van Kokand. Men vindt dat niet leuk en revolteert daartegen. En in 1865
sluit Tasjkent zich bij het Russische rijk aan: de gouden sleutels van de 12
stadstorens worden feestelijk aan de militaire gouverneur van Turkestan (“provincie”
van Rusland) overhandigd.
Door het
aansluiten bij Rusland verlevendigt niet alleen de handel, ook de
industrialisering komt op gang. Ook de stadsplanning voor de nieuwe stad is
eenvoudig vergeleken bij het wirwar aan straatjes in de oude stad: stervormig
en symmetrisch lopen ze naar één centrum toe. Alles wordt klassiek en
grootschalig.
Twee weken
nadat het bericht over de oktober revolutie van 1917 Tasjkent bereikt,
organiseert men ook een opstand en in april 1918 ontstaat de Turkestaanse
Socialistische Sovjet Republiek. Dan een burgeroorlog en in 1924 wordt de
Oezbekistaanse Socialistische Sovjet republiek gesticht met Tasjkent als
hoofdstad. O.a. door de katoenwinning wordt Tasjkent het centrum van
Midden-Azië.
In 1966
volgt een zeer zware aardbeving met een jaar lang naschokken: 100.000 woningen
onbewoonbaar, 300.000 mensen dakloos. Er komt een nieuw bebouwingsplan, rond
het Amir-Timurplein, met veel fonteinen en veel groen. Na de onafhankelijkheid
wordt deze aanpak voortgezet: veel glas, grote koepels.
Zaterdag 26 en zondag 27 september
Na aankomst
zaterdag lopen we nog de nieuwe stad in. Tasjkent heeft een oude en een nieuwe
stad. De oude is waar we hier voor komen: de oude oase Tasjkent, van groot
belang in de Zijderoute. Het hotel is in de nieuwe stad. We verbazen ons over
de enorme grote gebouwen. Die verbazing zal de volgende dagen aanhouden. Overal
parken en fonteinen en niet zulke kleintjes. Grote brede lanen en overal
kanjers van witte gebouwen, heel vaak grote koepels bovenop. Alsof men wil
laten zien: kijk eens wat we ons allemaal kunnen permitteren. Het is wat
pompeus. We wandelen er trouwens heerlijk en veel, onder de bomen door met
heerlijk weer.
We eten
ergens op een terras. De mensen zijn er zeer goed gekleed, een rijke buurt waar
we in zitten.
ook hier veel parken
en veel heel grote gebouwen
en mooie appartementen
grote
gebouwen en machtig veel fonteinen
ook lelijke sovjet flats
idem
Zondag lopen
we richting oude stad. Daar is ook de bazaar in de buurt. Groot en kleren voor
de hele wereld. Volgens het boekje is die bazaar er al twee eeuwen overdekt.
op de bazaar
We lopen
erdoor, lopen verder en zien een kleine, maar mooie madrassa aan de rand van de
oude stad.
een moskee of madrassa aan het begin van d oude stad
idem
mooie steentjes
Geer is er helemaal op geklleed
De oude stad
binnenlopend, hebben we enorm geluk: we lopen een straatje in waar muziek en
ballonnen zijn en komen in een bruiloft terecht. In het straatje staat een rij
oudere mannen hoorn te blazen. Donkere stoten, de grote hoorns gaan tegelijk op
en tegelijk neer. Dit op de maat van de muziek die in de poort naar de
binnenhof van het huis is: een prachtige oude fluit en tamboerijnen. Vlugge en
steeds vluggere, vrolijke, wilde muziek. Heel speciaal om dat mee te maken. We
worden binnen uitgenodigd, al zouden we niet willen, we moeten naar binnen en
bij de familie komen zitten, aan tafels met eten erop. We gaan graag op de
uitnodiging in. Enkelen spreken goed Engels, hebben in Dubai in de constructie
gewerkt. Wij praten vooral met de oudste zoon die vijf jaar in Dubai heeft
gewerkt en behoorlijk Engels spreekt. De jongste broer gaat nu trouwen en de
hele familie, broers, zussen, ooms, tantes en kleinkinderen zijn erbij. We
drinken thee, eten soep, dadels en zo.
Dan komt de
bruidegom naar buiten; het lijkt wel of ze eerst een paar keer oefenen. Jawel,
weer muziek en daar is hij dan. Een fotosessie met de hele familie en dan een
soort zegening van de naaste familie incl. bruidegom door de oudste broer van
de vader – de vader is zes jaar geleden overleden, hij neemt de honneurs waar.
We leren nog dat dit de laatste zoon is die trouwt, de andere drie, een vrouw
de oudste en de andere twee zijn alle reeds gehuwd. De zoon waar we het meeste
contact mee hebben heeft al een zoon van 17 die in Dubai aan de Universiteit
studeert.
Een prachtig
feest en we zijn van harte uitgenodigd in een restaurant waar om zes uur het
echte feest begint. Dat maken we niet meer mee, maar dit feest hadden we niet
willen missen.
bruiloft: de mannen met Karnay (hoorns) die donkere geluiden uitstoten,
op de maat van de muziek, hoorn hoog, hoorn laag ..en weer op
bruiloft: een Surnay (fluit) en Doyra (tamboerijnen maken zeer ritmische muziek
de moeder van de bruidegom, een zoon en kleinzoon
we worden aan tafel genood
met de bruidegom die na een tijdje het huis uitkomt
de naaste familie; de man links is
de broer van de overleden vader.
Hij neemt de honneurs waar
Dan lopen we
verder door de oude stad en zien nog een gevaarlijk staaltje van bouwactiviteit
bij een dak wat ergens opgelegd wordt:
Het
Xasti-Imom plein is heel erg mooi. We blijven er niet lang omdat we er met de
Liviusreis ongetwijfeld nog langer zullen komen, met uitleg erbij. Het is wel
heel erg leuk om vast een impressie te hebben.
het Xasti-Imom plein met rechts de Madrassa Barak Chan
het Kaffai-Shashi Mausoleum
We lopen
terug naar het eind van de markt waar nog een madrassa te bewonderen valt.
Naast de oude Madrassa is een nieuw gebouwde moskee, waar juist het gebed
begint.
de Kukeldash madrassa
binnenin de madrassa, de cellen waar 2 à 3 studenten woonden (wonen)
de nieuwe moskee, naast de madrassa
de koepel
Door een
taxi laten we ons daarna bij een wijk waar we veel restaurantjes in het boekje
gezien hebben afzetten. Wat we zoeken, vinden we niet, maar wel een lekker
restaurantje aan de straat.
En dan terug
naar het hotel, een voldane dag.
Maandag 28 september
Het
geologiemuseum is niet wat we verwachtten: geen geologie, wel dinosaurus en
mammoet, stenen uit de oudheid, etc. Leuk om te zien, maar niet bijzonder. De
begeleidende teksten zijn alleen in het Oezbeeks en het Russisch.
Oezbekistan in het geologisch museum
een dinosaurus poot
Dan laten we
ons naar de botanische tuin brengen. Geen succes wat botanische tuin betreft.
Wat vroeger heel mooi ontworpen en aangelegd moet zijn is nu verwilderd en niet
onderhouden. We lopen een aantal paden af in het lekkere weer en dan hebben we
het wel gezien.
botanische tuin, geheel overwoekerd
een boom als deze komen we nogal eens tegen
één boom met mooie bloemen
We lopen het
hele eind terug naar de stad, lekker wandelen. En in de stad bekijken we de
grote held Amir Timur. Hij is in Oezbekistan geboren, als kleinzoon van
Dzjengis Khan. Hij heeft als opvolger in de Mongoolse dynastieën 28 landen ingenomen.
Het is inderdaad Timur Lenk, die wij vroeger nooit aan Oezbekistan hadden gekoppeld,
maar die men hier als grote nationale held bewondert omdat hij hier is geboren.
In de geschiedenis van Perzië is het een uitermate wraakzuchtige veroverraar
die zeer wreed te keer ging.
Amir Timur met groot gebouw op de achtergrond
We lopen
verder door en komen bij het museum voor Toegepaste Kunst. Dat is zeer de
moeite waard, zowel van buiten (zie foto’s) als van binnen: prachtige tapijten,
muziekinstrumenten enzovoorts.
het museum voor toegepaste kunst, prachtig houtwerk bij de ingang
ingezoomd
een leuk ventje bij de souvenirwinkel
En tot slot
van deze dag hebben we in een echt Oezbeeks restaurant een diner.
Caravan restaurant
Kees bekijkt het menu
Dinsdag 29 september
Als we om 9
uur zitten te ontbijten, komt de Liviusgroep met een bus aan. We groeten ze
even en dan gaan wij nog even naar de markt met een taxi op en neer. We lopen
nog even de stad in en daardoor zijn we iets later dan 12 uur bij het hotel
waardoor we onze groep missen. We vinden elkaar weer bij een lunchplek, waar we
eigenlijk net vandaan waren komen lopen. De eerste middag bezoeken we met de
groep het historisch museum van Oezbekistan.
Daarna gaan de meeste mensen naar het hotel
terug, gaar van de reis. Wij wandelen naar het Plein van de Volksvriendschap
langs een mooi park met fonteinen en natuurlijk weer grote gebouwen. Het
cultuurpaleis is gigantisch, maar ziet er leeg en ongebruikt uit.
Achter het cultuurpaleis is nog een madrassa, de
aanleiding voor de wandeling. De Madrassa Abdul Qosin. Niet bijzonder, wel de
moeite waard. Binnein zijn allerlei handwerkwinkeltjes waar eerst de cellen van
de studenten waren.
Madrassa Abdul Qosin
binnenplaats, de leercellen zijn nu voor kunstnijverheid
in gebruik
We eten wat
op de terugweg naar het hotel en maken ons gereed voor de dag van morgen.






































Geen opmerkingen:
Een reactie posten