zaterdag 12 september 2015

13 Dunhuang naar Turpan – zondag 30 augustus

We komen de provincie Xinjiang binnen

De reis van Dunhuang naar Turpan gaat in twee delen: eerst met een busje naar Liuyunnan (200 km). Merkwaardig: je kunt wel in Dunhuang aankomen, zelfs een heel nieuw station, maar terug niet.  En dan van Liuyuannan  naar Turpan 633 km,. Totaal 833 km

Het busje rijdt ons prima door het droge land naar Liuyuannan. De reis duurt 3 uur, dus om half een zouden we aan het station kunnen zijn. maar er moet 2 x getankt worden en in Liuyuannan verkiest de chauffeur het eerst te gaan lunchen en pas om half twee de 10 minuten naar het station te rijden.. Dus we komen – ook nog na veel aandringen, vooral van Kees – een uur later aan. We zijn nog vroeg genoeg, want de trein vertrekt pas om tien voor drie.

 het busje van Dunhuang naar Liuyuannan

 druiventeelt in Duanhang

het is weer een kale vlakte onderweg

een kilometers groot windmolenpark 

de bergen; we gaan nu naar beneden

Liuyuannan is weer een splinternieuw station. De aanvoerwegen zijn nog van gravel. Zoals overal moeten we door poortjes en scan. Nu moeten we na eerst het gewone aardappelschilmesje ook het zwitserse zakmes achterlaten. Het verschil met eerder is de vele politie met kogelvrij vest en het doorzoeken van bagage van sommige reizigers. We zijn in Xinjian, de autonome provincie van China, waar China zeer goed de vinger aan de pols houdt om rellen te voorkomen. Die zijn er in het verleden volop geweest (zie eerder hoofdstuk over China). Het is met de Oeigoeren hetzelfde als met de Tibetanen, ze willen een eigen land, maar China zal dat nooit toegeven. Zeker hier niet, waar olie is gevonden. 
De trein is weer een supersnelle: van Liuyannan naar Turpan, 366 km in 3,5 uur, nog weer iets minder snel dan de trein van Beijing naar Xi’An. De trein is weer een supersnelle: van Liuyannan naar Turpan, 366 km in 3,5 uur, nog weer iets minder snel dan de trein van Beijing naar Xi’An.

de supersnelle trein

Geer haalt thee

  in de 2e klas

Onderweg hetzelfde: kaal en bergen, meestal in de mist van zand en heiigheid, later helderder en ook kleurrijker:
kaal met later ietsje groen ertussen

 wat meer kleur inde bergen

prachtig uitzicht

in Xinjian wordt olie gepompt


Het is een uur of zeven als we in het hotel aankomen. We hebben van het station naar het hotel al gezien dat het niet het  relatief kleine en relaxte stadje is dat we voor ogen hadden. Ook hier grote straten, iets minder dan in andere steden. Wel leuke stukken met marktjes en zo zien we. Het hotel is oude sjiek, prachtig,  maar jammer dat het niet beter onderhouden is. We hebben het gekozen omdat je er goed dagtochten vandaan kunt doen.
Het hotel ligt aan een straat die door een pergola overkoepeld wordt. Apart. Daar eten we in een lekker tentje.

het Turpan Hotel, Tulufan Binguan of Turpan Guesthouse

 het hotel van binnen

Naast de strenge politie zijn er veel andere dingen waaraan we zien dat we nu toch echt in Oeigoeren –land zijn. De opschriften bijvoorbeeld zijn allemaal ook en vaak eerst in het Oeigoers.

Postkantoor  Overal opschriften in het Chinees, Oeigoers en Engels. En vaak Oeigoers voorop

opschrift in drie talen

De mensen zien er anders uit: met rondere gezichten en grotere ogen. De bouwstijl is Arabischer. En de taal is heel anders. Al kunnen we deze ook niet verstaan, het harde soms ruzieachtig klinkende van het Chinees is weg.
We bellen nog met Caroline en hebben vandaag regelmatig Floor gememoreerd die 70 geworden zou zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten