We komen de provincie Xinjiang binnen
De reis van
Dunhuang naar Turpan gaat in twee delen: eerst met een busje naar Liuyunnan (200
km). Merkwaardig: je kunt wel in Dunhuang aankomen, zelfs een heel nieuw
station, maar terug niet. En dan van
Liuyuannan naar Turpan 633 km,. Totaal
833 km
Het busje
rijdt ons prima door het droge land naar Liuyuannan. De reis duurt 3 uur, dus
om half een zouden we aan het station kunnen zijn. maar er moet 2 x getankt
worden en in Liuyuannan verkiest de chauffeur het eerst te gaan lunchen en pas
om half twee de 10 minuten naar het station te rijden.. Dus we komen – ook nog
na veel aandringen, vooral van Kees – een uur later aan. We zijn nog vroeg
genoeg, want de trein vertrekt pas om tien voor drie.
het busje van Dunhuang naar Liuyuannan
druiventeelt in Duanhang
het is weer een kale vlakte onderweg
een kilometers groot windmolenpark
de bergen; we gaan nu naar beneden
Liuyuannan
is weer een splinternieuw station. De aanvoerwegen zijn nog van gravel. Zoals
overal moeten we door poortjes en scan. Nu moeten we na eerst het gewone
aardappelschilmesje ook het zwitserse zakmes achterlaten. Het verschil met
eerder is de vele politie met kogelvrij vest en het doorzoeken van bagage van
sommige reizigers. We zijn in Xinjian, de autonome provincie van China, waar
China zeer goed de vinger aan de pols houdt om rellen te voorkomen. Die zijn er
in het verleden volop geweest (zie eerder hoofdstuk over China). Het is met de
Oeigoeren hetzelfde als met de Tibetanen, ze willen een eigen land, maar China
zal dat nooit toegeven. Zeker hier niet, waar olie is gevonden.
De trein is
weer een supersnelle: van Liuyannan naar Turpan, 366 km in 3,5 uur, nog weer
iets minder snel dan de trein van Beijing naar Xi’An. De trein is weer een
supersnelle: van Liuyannan naar Turpan, 366 km in 3,5 uur, nog weer iets minder
snel dan de trein van Beijing naar Xi’An.
de supersnelle trein
Geer haalt thee
in de 2e klas
Onderweg
hetzelfde: kaal en bergen, meestal in de mist van zand en heiigheid, later
helderder en ook kleurrijker:
kaal met later ietsje groen ertussen
wat meer kleur inde bergen
prachtig uitzicht
in Xinjian wordt olie gepompt
Het is een
uur of zeven als we in het hotel aankomen. We hebben van het station naar het
hotel al gezien dat het niet het
relatief kleine en relaxte stadje is dat we voor ogen hadden. Ook hier
grote straten, iets minder dan in andere steden. Wel leuke stukken met marktjes
en zo zien we. Het hotel is oude sjiek, prachtig, maar jammer dat het niet beter onderhouden
is. We hebben het gekozen omdat je er goed dagtochten vandaan kunt doen.
Het hotel
ligt aan een straat die door een pergola overkoepeld wordt. Apart. Daar eten we
in een lekker tentje.
het Turpan Hotel, Tulufan Binguan of Turpan Guesthouse
het
hotel van binnen
Naast de
strenge politie zijn er veel andere dingen waaraan we zien dat we nu toch echt
in Oeigoeren –land zijn. De opschriften bijvoorbeeld zijn allemaal ook en vaak
eerst in het Oeigoers.
Postkantoor Overal opschriften in het Chinees, Oeigoers en Engels. En vaak Oeigoers voorop
opschrift
in drie talen
De mensen
zien er anders uit: met rondere gezichten en grotere ogen. De bouwstijl is
Arabischer. En de taal is heel anders. Al kunnen we deze ook niet verstaan, het
harde soms ruzieachtig klinkende van het Chinees is weg.
We bellen
nog met Caroline en hebben vandaag regelmatig Floor gememoreerd die 70 geworden
zou zijn.

















Geen opmerkingen:
Een reactie posten