zaterdag 12 september 2015

19 Tash Rabat, maandag en dinsdag 7 en 8 september

We komen om een uur of twee (twee uur vroeger door tijdsverschil) aan in een idyllisch yoert kamp, in een dal midden tussen de bergen. Door het dal stroomt een beek. Uri en Zoja en nog twee jongeren verwelkomen ons. Onderweg hebben we koekjes gegeten, dus we drinken alleen thee. Daarna maken we nog een kleine wandeling. We volgen de weg, kijken naar de rotskloof met enorm steile rotsen bovenop de grashellingen die in een scherpe bovenrand eindigen. De volgende dag horen we van Viktor onze chauffeur/gids dat deze kloof de drakenbek wordt genoemd vanwege die scherpe boven kanten. Het gras is trouwens helemaal verdord. In juni/juli moet het hier groen zijn, een heel ander gezicht. Dan zullen er ook veel bloemen bloeien. Het landschap doet ons aan Mongoliê denken, behalve dan dat het naast glooiende heuvels veel steile pieken heeft. Achter de heuvels liggen de hoge bergen van de Tien Shan.
Er loop veel vee op de heuvels en langs de weg, hier en daar is een yoert-boerderij. We fotograferen een ruiter te paard die zijn kudde paarden leidt. We kunnen aan onze ademhaling merken dat we op ruim 3000 m zitten en slechts 70% lucht hebben. Niet erg, maar een beetje zwaarder gaat het wel.
Het avondmaal is eenvoudig. Daarna is het donker en wordt het kacheltje in onze yoert aangestoken en krijgen we extra slaapzakken. Het is ’s nachts koud; de volgende dag komt Zoja een klont ijs laten zien.

 het yoert kamp van Tash Rabat

Kees bij yoert

 een kacheltje in de avond

de yoert van binnen met prachtige kleuren



een kudde paarden

met de ruiter te paard erbij

dinsdag 8 september
Vanmorgen bezoeken we de karavanserai van Tash Rabat, een klein eindje rijden verder het weggetje op. Het is een karavanserai uit de 15e eeuw, die nu hersteld is in de oude stijl. Hij ligt half in de heuvels. Er zijn in totaal 30 kamertjes en een centrale hal, gebedsruimtes en ook ruimtes die als gevangenis werden gebruikt. Sommige kamers zijn groter met een stenen bank ingemetseld. Het is niet zo’n grote karavanserai en er is ook geen verdedigingsmuur. Misschien zetten de karavanen veel tenten ernaast op.. Van de Torugart pas tot hier is het 38 km, gisteren reden we over de hoofdweg 67 km. Je neemt dan een andere weg dan wat nu de grote weg is. Die gaat om het Chatyr-Köl meer heen met een bocht. De oorspronkelijke route is wel moeilijker, met stijgen en dalen, vertelt Uri ons. Het is goed om een karavanserai nu eens goed te bekijken.

 de karavanserai van Tash Rabat

de vrouw bij de ingang in traditionele kleding

 een gang in de Tash Rabat karavanserai

veel kleine kamers, meestal met een opening van boven voor het licht

de centrale hal

restant van pleisterwerk

Daarna maken we verderop door het dal een wandeling en komen natuurlijk niemand tegen. Af en toe over stenen door de rivier en langzaam stijgend. Een heel mooie wandeling. We hebben goed zicht op de besneeuwde bergpieken in de verte. We zitten op stenen om alles in ons op te nemen.
Terug bij de auto klimmen we nog een stukje de heuvel op. In de middag werkt Kees aan de blog en Geer maakt nog een wandeling door de glooiende heuvels. “Even omhoog” kost toch heel wat gepuf. Het uitzicht boven is de moeite waard. Je ziet waar we ’s morgens gewandeld hebben, een mooi overzicht.
Zoja neemt ons mee aan het eind van de middag naar het champignonveld. De paddenstoelen groeien onder een onkruid, lijkt iets op koolzaad. Ze floept de paddenstoelen met een mesje of de hand uit de grond en doet ze in een plastic zakje.
We zien daar ook Uri die in een schuur bezig is, waar de mest als stookmiddel bewaard wordt. De poep heeft een bewerking ondergaan en het zijn nu mooie, stevige rechthoekige plakken.
Misschien zetten de karavanen veel tenten ernaast op.. Van de Torugart pas tot hier is het 38 km, gisteren reden we over de hoofdweg 67 km. Je neemt dan een andere weg dan wat nu de grote weg is. Die gaat om het Chatyr-Köl meer heen met een bocht. De oorspronkelijke route is wel moeilijker, met stijgen en dalen, vertelt Uri ons. Het is goed om een karavanserai nu eens goed te bekijken.    

het drogen van mest; belangrijk als stookmiddel


bij de wandeling mooi uitzicht op de sneeuwbergen

 even rust

de sneeuwbergen met oranje gekleurd gras

 een mooi vogeltje bij de yoert, maar wat is de naam?


Het zijn twee dagen compleet tegengesteld aan de tijd in China. Allereerst zijn we nu volledig in de natuur, terwijl we die in China meer vanuit de trein zagen. Bij het bezichtigen van de verschillende grotten etc. zagen we ook wel natuur, maar dat was toen ‘nebenbei’. Dan de aantallen mensen: in China altijd en veel mensen. hier haast niemand, we zijn de enige gasten en bij wandelingen komen we alleen dieren tegen. En – last but not least – de temperatuur: in China altijd warm of heet, nooit meer dan een zomerbloesje aan, ’s avonds lekker buiten zitten. Hier zitten we 2000 m hoger, is het overdag wel lekker, maar meestal vanwege de wind een jasje aan en ’s nachts vriezen of bijna vriezen Brrr!!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten