We zijn mooi
op tijd en gaan dit keer met de standaard trein naar Dunhuang 366 km.
We rijden nu
min of meer over een hoogvlakte die heel kaal en desolaat is. Er groeit bijna
niets, zelfs een enkele doornstruik is moeilijk te vinden Veelal eerst een
platte, grijze, zandachtige vlakte, in de verte zie je soms aan weerskanten een
schim van de hoge bergen, als door een waas omdat er veel zand in de lucht zit.
Het kale
maakt soms plaats voor gewassen: maïs, aardappelen en zonnebloemen de laatste
hangen allemaal met hun uitgebloeide koppen naar omlaag, vlak voor de oogst?
in de hard seat trein
kaal landschap vanuit de trein
idem
zonnebloemen
vlak voor de oogst; het is allemaal
wat vaag, maar dat was het ook, door het stof
Aankomst om
twee uur ’s middags in het nieuwe station met een trein die inmiddels diesel is
geworden. Ook hier lukt het niet om voor het hele volgende stuk tot Turpan een
kaartje te kopen, we zullen met taxi of bus de eerst 200 km naar Liuyuannan
moeten en dan verder met de trein. Ook de trein van Turpan naar Kashgar voor 3
september die we op internet wel hebben gevonden zou niet rijden, we moeten
eerst naar Urumqi en vandaar is een splinternieuwe lijn naar Kashgar. En een
kaartje kunnen we niet kopen. Ook later in de stad via een duur hotel lukt dat
niet. Wel vinden we een busverbinding naar Liuyuannan.
We kopen vanmiddag
kaartjes voor de Mogao grotten en vinden uit waar de bus daarheen vertrekt.
Dunhuang
blijkt i.t.t. Langzhou en Jiayuguan een levendige stad met veel terrassen,
eettentjes, avondmarkten en mooie sfeerverlichting. Het is er prettig toeven.
kar op straat
terrasje in Dunhuang
’s
avonds op straat in de stad
In Dunhuang
zijn we aan het einde van het Hexi-Corridor bijna op de grens van Xinjiang
provincie de meest westerlijke provincie van China. Van Beijing naar Dunhuang
hebben we inmiddels 2989 km getreind gedurende vier delen van dagen steeds
minder dan vijf uur per dag.







Geen opmerkingen:
Een reactie posten