zaterdag 12 september 2015

12 Dunhuang - donderdag 28 augustus tot zondag 30 augustus

Vrijdag 28 augustus
Deze dag bezoeken we de Mogao grotten. Het zijn een reeks in de rotsen uitgehakte Boeddhistische tempels, de oudste die in Chian bekend zijn. Volgens de overlevering stichtte 
De monnik Lie Zhu in 366 n.Chr. de monnik kwam bij de klif en had een visioen van 1000 lichtstralen die op hem schenen als vele Boeddha’s. de monnik vroeg een pelgrim een kleine rots te verven en als een kapel in te wijden om hem een veilige reis te verzekeren. Daarna volgden andere reizigers en pelgrims en zo werd het een heel complex van tempels en in de grotten uitgehouwen kapellen. Van de 4e tot de 14e eeuw werden er talloze tempels gebouwd, tijdens de diverse dynastieën.

Hoe maakte men de grotten? Ze zijn gemaakt in het los gestructureerde zandsteen, kwetsbaar. De meeste schilderingen zijn geen fresco’s maar zijn gemaakt van een waterige emulsie. Men maakt gebruik van natuurlijke verf, ook van lood. Verkleuring van bv wit lood: dat wordt makkelijk zwart onder invloed van vochtige alkaline (gips).
Er komen hakkers, steenhakkers, steenleggers, timmermannen, beeldhouwers en schilders aan te pas. Onder de kunstenaars zijn verschillende niveaus: van hooggeschoolde kunstenaars tot eenvoudige kunstenaars of leerlingen die alleen onder leiding van meesters verven binnen de door de meester getekende lijnen. De kunstenaar komen uit India, Tibet, Westelijk Xia en de Yumen dynastie.

de grotten: hoe witte loodverf zwart wordt

hoe de beelden gemaakt werden

Er zijn 635 grotten, waarvan er in de vier honderd zijn bewaard. De kleuren zijn prachtig bewaard, enerzijds vanwege het gebruikte pigment en anderzijds door het droge klimaat.
Dat is we heel bijzonder om te zien. We zien Boeddha’s, waaronder nogal eens Sakayamuni en zijn discipelen (Wei dynastie), we zien hemelse engelen (flying Apsargas) en horen allerlei verhalen die in de afbeeldingen worden. Heel mooi zijn de grote gewelven en plafonds, beschilderd met bv. talloze kleine Boeddha’s. Er is een tempel met de ‘”Grote Boeddha” van 60 m hoog, er is de slapende Boeddha, ook meer dan levensgroot waar 72  huilende figuren omheen zijn gemaakt. Ze huilen omdat Boeddha hen verlaat. Maar het verhaal is niet dat hij ze verlaat, hij gaat elders verder, hij slaapt alleen.
Het verhaal van Mahasut (als dat de goede naam is) is mooi: drie broers worden door de hun vader, koning erop uitgestuurd cq. gaan er zelf op uit. Ze komen op hun reis een tijger tegen, die geheel verzwakt is door het baren van zijn jongen. Die dreigen dood te gaan van de honger. Twee broers gaan terug om eten te halen. Als ze terugkomen vinden ze van hun  jongste broer, Mahasut, alleen nog een restant botten. Ze zijn zeer bedroefd en op deze plaats wordt een tempel gebouwd.

Bijzonder aan de Mogao grotten is nog dat er een grote bibliotheek is. Er was al boekdrukkunst ver voordat wij die in Europa hadden. Zowel bij de Chinese met karakters als Oeigoerse teksten. Tevens heeft men de Oeiguurse letters gevonden die een voor een werden gebruikt om woorden te maken en vervolgens de tekst te drukken.  De manuscripten zijn bewaard gebleven tijdens allerlei oorlogen en de Islamitische vernielingen.  Maar in het begin van de 19e eeuw zijn ze op grote schaal geroofd of voor een krats gekocht door Europese onderzoekers, onderzoeker Stein bv verliet Dunhuang met 10.000 documenten en muurschilderingen. Ze zijn verspreid over 30 instituties.

film met karavaan

 idem dichterbij

 een Boeddha beeld in de grot; de kleuren zijn nog origineel

lopen langs de grotten

tempel tegen de grot aan

 idem vooraanzicht

Hoe het bezoek aan de grotten is opgezet weer een voorbeeld van hoe China dingen aanpakt: heel groots opgezet. Eerst in 2 grote filmzalen twee films die een heel realistisch beeld geven van de geschiedenis, je komt er helemaal in. En dan is er een grote vierbaansweg waar continu shuttle bussen de honderden bezoekers naar de grotten vervoeren. Wij zijn op deze ochtend trouwens met een vijftal anderen de enige buitenlanders, verder wemelt het er van de Chinezen.
Na de rondleiding en maken we bij het rondlopen over het terrein van en rond de grotten nog wat foto’s van het droge landschap.

de droge rivier bij de grotten met stupa’s er langs

de stupa's van dichtbij

de rivier nog eens

’s Avonds bezoeken we een theatervoorstelling waar via dans, acrobatiek, muziek en theater met Engelse ondertiteling een verhaal dat ook in de grotten centraal staat wordt nagespeeld: de hemelse engelen, een engel die verliefd wordt op een herder, ze hebben het eerst goed, dan grote gevaren, net gered, et cetera en een heel mooi eind waar iedereen gelukkig is.

theatervoorstelling: de vliegende engelen Apsarga’s

de geschiedenis uit de grotten van Dunhuang nagespeeld

Zaterdag 29 augustus
Vandaag bezoeken we de zandduinen en het Crescent Moon Lake (halve maan meer).
Het is niet meer een idyllisch tochtje met een wandeling, maar een zeer toeristisch gebeuren voor duizenden mensen per dag. Dat doorstaan we en we maken een kameeltocht waar we ons indenken hoe het vroeger ging. Je krijgt toch wel een indruk. En het uitzicht op de zandduinen is prachtig. We waren overigens de enige EU/USA toeristen die er rondliepen het zijn allemaal Chinezen lijkt het.
Daarna klimt Geer de duin nog op, het is nog net niet te heet. Weer prachtige uitzichten op de duinen en een tijdje op een rustige plek blijven zitten. Wij dachten dat het Crescent Moon Lake achter de duinen ligt, maar dat blijkt niet zo te zijn. je kunt ook aan de kant van de ingang van het “park” er naar toe lopen. De klim is dus alleen voor de lol en de inspanning. Wel mooi.

 zandduinen


idem


Geer op kameel


omhoog klimmen op de zandduinen


 idem, bijna boven met mooi uitzicht


  nog meer zandduinen




en nog meer

 het Crescent Moonlake


In de namiddag bezoeken we de White Horse Dagoba (Bai Ma Ta). Geen toeristen, heerlijk rustig. Het is een eenvoudige stupa met negen ‘verdiepingen’/ringen op een mooi terrein in een dorpje vlak ten Zw buiten de stad. Er is een mooi verhaal bij:
Een wit paard draagt de monnik Kumarajiva uit Kuchean in India, die naar het oosten de zijderoute bereist. Bij zijn aankomst in Dunhuang in 384 n.Chr. wordt het paard ziek en op een nacht droomt Kumarajiva dat het paard tegen hem spreekt: “Leraar, ik ben in feite de witte draak uit de westelijke zee en ik kwam speciaal naar jou op je reis met als taak het Boeddhisme te verspreiden. Nu ben je de pas al binnen en verder zijn er geen gevaren meer, laten we hier afscheid nemen, ik zal je niet verder vergezellen”. Kumarajiva houdt het paard vast aan z’n staart en weent in wanhoop. Het paard vertelt Kumarajiva dat er dichtbij het Crescent Moon Lake is, waar hij nieuwe hemelse paarden zal vinden. De monnik wordt wakker en een bediende komt vertellen dat het witte paard gestorven is.  Kumarajiva is er ziek van en hij bouwt de White Horse Dagoba op het graf van het paard.

ingang White Horse Dagoba (Bai Ma Ta)

 de Dagoba voor het paard, een stupa dus

We lopen terug naar de grote weg door het dorp en genieten van het platteland. Enkele dorpsfoto’s:

een huis in het dorp waar de White Horse Dagoba staat, vlak buiten Dunhuang

in het dorp komt net een groep schapen binnen

 de man van het winkeltje. Als we weggaan komt de vrouw nog enkele pruimen nabrengen

Over de stad Dunhuang (zie The Silk Road Xi’An to Kashgar, p. 162) 
Jiayuguan was de laatste verdedigingslinie van China in de Ming dynastie (gebouwd in 1372). Naar het westen toe beheerste China ook de steden Gunhuang en Turpan voor vele eeuwen. Dunhuang heeft vanaf de 1ste eeuw v.Chr. een belangrijke rol gespeeld als handelscentrum en als beheerscentrum voor de zijde route. Vandaar dat China dit gebied steeds onder beheer heeft gehad.
We zijn nu bijna op de grens van Ganzu provincie met Xinjiang provincie de meest westelijk provincie.
De stad  is omgeven door zandduinen en gebergte. Alles zo grijs, zandkleurig en kaal als je maar kunt voorstellen. Of zoals je je niét kunt voorstellen. Samen met de treinreizen van de laatste week krijgen we enig idee hoe het geweest moet zijn voor karavanen om de 366 kilometer van Jiayuguan naar Dunhuang af te leggen met enkele honderden meters hoogte verschil. Dat duurde 3 weken en daarvoor moest je alles meedragen, naast koopwaar. Dus ca 17 a 18 km per dag. Misschien nog hier en daar een oase met water? Dat moet haast wel, al weten we het niet zeker. De films die we tijdens de excursie naar de Mogao grotten zien, geven een goed en imposant  beeld van hoe er gereisd werd, hoe er enorm gevochten werd en er in Dunhuang een levendige handel was in de 2e eeuw n.Chr. als de stad al 76.000 inwoners heeft. Je ziet de reizigers en de kamelen door de ongeplaveide straten van de stad lopen. Een drukte van belang. En ze rijden door de eindeloze woestijn, soms overmeesterd door zandstormen. Dat wordt wel heel realistisch weergegeven: kamelen en koopwaar en mensen tuimelen omver en komen later geheel onder het zand vandaan – of komen daar soms door het zand om.
De begintekst van de tentoonstelling in de grotten vat het goed samen hoe we ons het Dunhuang van vroeger moeten voorstellen: “Het is niet bekend hoeveel religies, etnische groepen en culturen gebloeid hebben en zijn geïntegreerd. Echter het is wel bekend dat deze plaats mensen van overal ter wereld aantrok.
De eerste Boeddha grot werden in 336 n.Chr. uitgehakt. Kooplieden, pelgrims en andere reizigers bouwden rots kapellen (cave shrines) om succes te bevorderen voor hun gevaarlijke reizen door de woestijn en uit dankbaarheid voor als ze allerlei gevaren goed hadden doorstaan. 
In de 7e eeuw nemen de Tibetanen Dunhuang over. Door interne strijd verzwakt, worden ze weer uit de Hexi-Corridor verdreven door een Chinese krijgsheer in 851, Zhang Yichao. Hij wordt tijdens de Tang dynastie (618 – 907) de heerser van Dunhuang, opgevolgd door familieleden tot in 911 het Oeigoerse koninkrijk wordt gevestigd. Tijdens de Oeigoerse overheersing blijven de leiders van de steden Chinees. Velen uit die tijd dragen bij aan de totstandkoming van de Mogao grotten.
In 1036 valt de stad ten deel aan de Xia en later aan de Mongolen (1227). In de 16e eeuw zijn er Moslim Khanaten. En in 1760 herbevestigt de Qin dynastie zijn controle over het gebied.
In het begin van de 20e eeuw – er zijn tussendoor nog wel meer gevechten – en tijdens de 1e wereldoorlog wordt er door het westen van alles aan kunstschatten geroofd. Een donkere tijd. Nu kijkt men trots terug op de vroege tijden:
“ Het verhaal van deze plek zal altijd verteld blijven worden en er zijn geen woorden goed genoeg om de geschiedenis te beschrijven. Het barre land van honderden jaren geleden herinneren we ons nog steeds en de schade van een eeuw geleden zie je nog steeds. De wind die door de uitgestrekte Gobi woestijn waait en de dromen over het paradijs zijn nog steeds in dit fragiele land vol legendes te vinden. Een groep mensen met dromen en enthousiasme komen hier samen om toegewijd aan hun doelen te werken…..” (uit de tentoonstelling bij de Mogao grotten)
Tot slot, eenmaal, ook hier wordt er op gewezen dat vanaf begin vorige eeuw door twee Duitse reizigers onderzoekers veel Boeddhistische wand schilderingen die over de eeuwen heen door het droge klimaat goed bewaard zijn gebleven, verwijderd. Vaak op een slechte manier en wat er van over is, is in Duitsland en London. Veel is ook vernietigd tijdens de bombardementen op Berlijn in de tweede wereld oorlog. Van tijd tot tijd worden we daar door de museum autoriteiten op attent gemaakt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten