zondag 8 november 2015

45 Ardabil maandag 26 en dinsdag 27 oktober

maandag 26 oktober
Vandaag niet veel te schrijven omdat het de hele dag motregent of regent en grijs en grauw is. Het zicht is over het algemeen niet meer dan een vijf honderd meter van de bergen zien we dus weinig. Van Masouleh naar Ardabil is het een behoorlijk stuk rijden, we gaan om 9 uur weg en met twee kleine stops zijn we om vijf uur in Ardabil.
Onze eerste stop is bij de Kaspische Zee, daar rijden we tegen aan als we Rasht hebben gepasseerd. Het is een grauwe zee met prachtige rollers die het strand oplopen. Aan de golven te zien loopt het strand heel geleidelijk af. Er ligt nogal wat rotzooi. Towhid vertelt dat als het mooi weer is de zee prachtige groen/blauw is en dat het strand hier niet goed is onderhouden; op veel plekken wordt het schoon gehouden. Er is iets van hoogte verschil te zien, maar een centimeter of 10 à 20 we denken dat dat te maken heeft met harde wind vanuit het noorden of niet. Opstuwing door de wind, getijden kent de Kaspische Zee niet.

de Kaspische Zee bij Anzali

 Anzali aan de kust

we drinken koffie schuilend in een oud strandtentje

voor in het fotoboek: Kees en Geer bij de Kapsische zee

We rijden verder, het eerste stukje zien we nog regelmatig de golven van de zee. Dan buigt de weg iets af en zien we de zee niet meer. Lunch in een lekker visrestaurant in Talesh, voor het eerst in lange tijd dat we weer vis eten. Ieder een grote vis, het lijkt een beetje op een makreel maar lekkerder.
Door de drizzel, regen en wolken rijden we door wat een prachtig groen uitzicht had moeten zijn; vanaf de groene kust de bergen in naar Ardabil.
Als we aankomen is het droog. Het enige wat we nog doen is water en frisdrank kopen dichtbij het hotel. Een eind wandelen lokt niet. Dus we verpozen ons in het hotel.

Dinsdag 27 oktober
Het belangrijkste in de stad is het mausoleum van Sheikh Safi al-Din (1252 – 1334), het is uit de tijd van het Ilkhanaat, dat is een van de vier entiteiten waaruit Centraal-Azië in de tijd van de Mongolen bestond (zie p. 85 geschiedenis van Centraal-Azië van De Cordier), de entiteit waar Tabriz de hoofdstad van is. De stichter van de dynastie is Ismaël, die in de zesde generatie van Safi al-Din afstamt afstamt. Deze klein- klein- kleinzoon van de soefie mysticus is de stichter van de Safaviden dynastie. We zien de Safavidische mozaïeken in het tegelwerk van de toren en de andere gebouwen. Op de Allah-Allah toren zie je met de blauwe tegeltjes het woord Allah steeds herhaald, horizontaal en verticaal op z’n kop en links en rechts om gedraaid.

 de Allah-Allah toren, beroemd
  een portaal aan één kant van het plein

 ingezoomd

Safavidisch mozaiëkwerk

het portaal aan de andere kant van het plein

ingezoomd, Safavidisch

 de tuin van het mausoleum, je ziet dat het nu herfst wordt

Binnen worden we rondgeleid door een Iraanse dame, Towhid vertaalt. De muren en het plafond van de hal waar we binnenkomen is helemaal met verf vanuit kruiden geverfd. Het is wat donker (donkerder dan op de foto, meer blauw en groen), maar heel mooi. De tombe van Safi al-Din is acher in die hal. Hij is van hout gemaakt. Daar ligt hij niet in, het is sier. De mensen worden 2 meter onder de grond begraven. De muren van het kamertje waar de tombe is, zijn beplakt met geverfde doeken, het eerste behang, donker van kleur
In de hal is ook een kamertje met een foto van Ismaël op jonge leeftijd. En een foto van een prachtig vloerkleed dat in Londen ligt.

de hal waar je binnenkomt voor de tombe van Safi al-Din

de tombe van Safi al-Din

 kamertje met foto van Ismaêl op jonge leeftijd

 foto van het kleed uit de hal dat nu in Londen ligt

In een volgende zaal zijn de tombes van de vrouwen: een dochter en de harem.

 tombes van de vrouwen (Harem Khneh)

Dan is ook de Pottery hall erg mooi. Die is door Sh.Attar ingericht. We hebben Attar in Nishapur al gezien. Op het plein waar je naar het mausoleum gaat staat ook een beeld van hem: de soefi dichter en filosoof uit 1300 met de gedichten over vogels, zie Hfst 41. Attar is in Ardabil geboren. De hal heeft vol gestaan met allerlei geschenken, vooral porselein uit China. De hal is er speciaal op ingericht: nissen op maat voor de cadeaus. De nissen zijn nu leeg, het meeste porselein is naar de Hermitage in St. Petersburg ca 850 van de 1250. Wat in Iran is gebleven de resterende 400 is verdeeld over Tabriz, Teheran, Isfahan en Ardabil.

de Pottery Hall heeft allemaal nissen waar porselein in  gestaan heeft

dicher en filosoof Sh.Attar die we in Nishapur al gezien hebben, is geboren in Ardabil

Als we weer naar buiten gaan, gaan we nog langs een plaats waar je kaarsjes kunt branden. Daar wordt druk gebruik van gemaakt.

 een plaats naast het mausoleum waar kaarsjes gebrand kunnen worden

het branden van de kaarsjes

Met een taxi terug naar het hotel, vanwaar we met de auto naar een dorpje een km of 30 verderop rijden, Sareyn waar bronwater is. We gaan erheen omdat je vandaar goed een van de hoogste bergen van Iran, de Sabalon, kunt zien. Het is bewolkt, we zien niets.

 Sabalan berg zoals we hem hadden kunnen zien bij mooi weer; foto van internet

Lunchen in Sareyn en terug naar Ardabil. Hoewel het droog is, is het guur en lokt een wandeling in de mooie natuur niet. we gaan terug naar het hotel en aan het eind van de middag maken we nog een wandelingetje in de buurt, langs een winkelstraat. We willen een kopje thee drinken en worden naar een gangetje met een trap die met een deken is afgeschut, verwezen. Boven blijkt een theehuis te zijn, waar mannen waterpijp zitten te roken. Wij krijgen een kan thee met twee kleine glaasjes, lekker. De conversatie is beperkt: waar we vandaan komen, sorry dat we niet beter Engels (en wij Iraans) praten, drinken jullie in Holland ook thee? We mogen niets betalen, wij zijn hun gast. Hartelijk dank voor het bezoek, welcome, een paar foto’s en dan weer naar buiten. een eindje verder draaien we om en in een westers ogend cafeetje drinken we heerlijke koffie. Toch nog een leuk uitje. Als avondmaaltijd nemen we een omelet met tomaat en met brood in het hotel.

Dat was Ardabil alweer, morgen naar onze laatste bestemming: Tabriz

44 Masouleh zaterdag 24 en zondag 25 oktober

Om halftien vertrekken we, we hebben niet zo’n lange tocht vandaag naar Masouleh. Eerst ruim een uur over de snelweg, dan slaan we af, en de weg blijft prima ook al is het geen snelweg meer. Het is het grootste stuk heel erg droog. Eerst vlak, dat ziet er gewoon troosteloos uit, niets te zien. Dan ineens zitten we tussen de prachtige bergen, daar kunnen we niet genoeg van krijgen. Maar we blijven zeggen: oh,oh wat is het hier droog!
Het wordt langzamerhand groener. Eerst olijfbomen, daarna allerlei akkerbouw. Dit is het groenste deel van heel Iran. De lekkerste olijven komen hiervandaan en de beste en meeste rijst ook. En van verderop bij Fuman zijn ook theeplantages die beroemde Iraanse thee verbouwen. Het wordt hier ’s winters niet zo koud, af en toe een beetje sneeuw of vorst, maar dat is het dan. Wel veel regen, daarom is het ook zo groen.
De hele rit stuiten we om  de haverklap op een optocht waarvoor we even moeten wachten, moeten omrijden of langzaam langs kunnen rijden.

eerst droog en vlak

 
dan: het blijft kurkdroog maar we krijgen prachtige bergen

 rode en bruine en terracottakleur bergen

olijfbomen; de beste olijven van Iran komen hier vandaan

 een gebied met veel windmolens

 
diverse keren komen we een optocht tegen of moeten we ervoor wachten of omrijden

Onderweg drinken we koffie bij de auto, in Fuman proberen we tevergeefs een restaurant te vinden dat open is. Daarom lunchen we weer met rijst uit de moskee. En we kopen koluche, ronde koeken gevuld met walnotenpasta voor als we vanavond weer niets kunnen vinden. We proeven er een, heerlijk, het is net uit de oven. We beseffen dat we in Teheran dit ook een keer gegeten hebben.

de koluche die we kopen wordt al generaties door een familie in Fuman gemaakt

Om een uur of half drie komen we in Masouleh aan. Dat is inderdaad het schilderachtige dorpje zoals het in de gids beschreven staat. Het is duizend jaar oud en ligt steil tegen de berg aan. De straatjes zijn nauw en het dak van het ene huis is tegelijkertijd de straat die erboven loopt. Aan het begin van het dorpje zetten we de auto neer, want het Ashora feest is op zijn hoogtepunt. We lopen langzaam met de optocht mee tot we bij het hotel aankomen. We zitten middenin het dorp met een balkon met prachtig uitzicht. Hier kunnen we het wel twee nachten uithouden.

het dorpje Masouleh ligt op plm. 1000 m in de bergen

zomaar een paar huisjes

om vijf uur begint er een wolk over het dorpje te hangen die later weer oplost

We gaan direct weer de straat op. Op het centrale dorpsplein, voorbij de moskee, is het Ashora feest in volle gang. Ook hier is het weer zwart van de mensen. Nu staan ze in lagen: de straatjes boven elkaar. Eerst is er de muziek met het geselen. Een aantal mannen staat als in een trance heen en weer te wiegen en zich te slaan op de voor ons eentonige muziek, waarin we soms Hoesseini en Karbala menen te horen. Daarna komt er een voorstelling: verklede mannen nemen om de beurt het woord. De rode zijn de slechten, die houden niet van vrede en de islam, de groenen zijn de mensen van Hoesseini. Alles speelt zich af rond enkele kleden die op de vloer van het plein liggen. De groene man ligt daar ook een tijdje. Om de beurt voeren ze het woord. Een man is verkleed als vrouw, dat is de zuster van Hoesseini. Een meisje vertelt dat het allemaal heel droevig is. Zij is hier bij haar moeder voor deze dagen, ze woont in Rasht een eindje verderop. Een andere dame is ook bij haar moeder en komt uit Teheran. Het feest is een heel familiegebeuren. Een tijd blijven wij alles bekijken, lopen wat heen en weer en kopen dan nog water en fruit in de dorps super die zowaar open is

 massa’s mensen zijn bijeen voor het Ashora feest

de massa van de andere kant uit genomen

Geer kijkt met anderen toe naar het toneelspel

 leuk meisje dat toekijkt

  het gebeuren in Karbala wordt nagespeeld

De avond brengen we door op ons heerlijke balkon. Even onderbroken door een maaltijd die in het hotel geserveerd wordt. Er is ook een Zwitsers en een Nederlands koppel, die bij ons aan tafel schuiven. We besluiten tot voertaal Engels. Beide koppels zijn drie dagen geleden in Teheran aangekomen en maken verschillende tochten door Iran met trein en bus gedurende drie weken.

het pleintje/dak waaraan ons hotel is

Geer op het balkon

op ons balkon

Zondag 25 oktober het kasteel Qaleh Rudkhan
Ontbijt is om half negen en daarna gaan we op weg naar het kasteel Rudkhan.
We rijden terug naar Fuman en dan ca. 25 km naar het zuidwesten de bergen in. Onderweg zien we de rijstvelden en theeplantages. Towhid verteld dat in dit groene gebied de helft van de rijst die Iran nodig heeft wordt verbouwd en dat hier vandaan ook veel thee komt. Het is het enige groene gebied in Iran.

 rijstveld

een dorpje onderweg

 theeplantage

Aangekomen bij de entree naar het kasteel lopen we eerst een kwartiertje langs allerlei souvenir- en thee stalletjes. Daarna is het een heel mooie klim van 400 meter naar het kasteel door een loofbomenbos langs een mooie bergbeek omhoog. Het pad is goed aangelegd maar af en toe spiegelglad omdat het op de noord helling ligt. Na anderhalf uur zijn we boven.

 een stalletje met pasta, rode bieten en nog veel meer
 rode bieten in patroon
 een soort eierpannenkoek kun je  bij de stalletjes onderaan het pad kopen
 water voor thee op een houtvuurtje

we lopen in heet begin langs de beek omhoog
 het bos met het prachtige zonlicht en een heel oude boom

 paddenstoelen op weg naar het kasteel

de zon door de bomen met zicht op het kasteel als we er bijna zijn

Het kasteel is meer dan alleen een ruïne: de 65 torens en muur (totale omtrek van het kasteel is 1.500 meter) zijn over het algemeen goed bewaard gebleven. Het kasteel is herbouwd in de Sejluk tijd (1038 – 1220) en opgebouwd uit gebakken stenen. Waarschijnlijk zijn de fundamenten van reeds ver voor die tijd.; iemand vertelt ons van de Sassanieden (=3e en 4e eeuw). Het kasteel is als een soort vlinder gebouwd. Het middelste deel is smal en ligt in een soort pas tussen twee pieken aan weerskanten van de ingangspoort. De muren staan op een ietwat vlakker terrein en na de muur gaat het direct heel steil naar beneden. De 65 torens met schiet sleuven overzien ieder stukje dat voor de muur is. In dat opzicht is het bijzonder moeilijk te nemen. De Mongolen hebben het met rust gelaten. Op de twee toppen aan weerskanten is het uitzicht enorm goed. We zijn ongeveer langs de 2,5 km muur geklauterd. Prachtige uitzichten.

het Qaleh Rudkan kasteel nog geheel in tact
 de plattegrond van het kasteel
de westkant die een ruïne is geworden
  Kees en Towhid in het kasteel

 Kees in gedachten verzonken
in het kasteel met de mooie toren op de achtergrond

 close-up

Boven met de koluche koeken uit Fuman geluncht en daarna naar beneden . Het was af en toe behoorlijk glad maar ook heel mooi. Onderweg drinken we met z’n drieën nog een kopje plaatselijke thee die prima smaakt. Om ca. 16:00 uur zijn we terug in Masouleh.
Na een korte rustpauze met thee van Towhid zigzaggen we het dorp door mede op zoek naar een restaurant dat veel uitzicht op het dorp geeft. Dat lukt niet, het uitzicht van ons balkon in het hotel is op voorsprong veel beter. Toch lekker gegeten bij een restaurantje met veel plaatselijke mensen bij de Bazaar.
 Masouleh nogmaals

 enkele huisjes

in een straatje tijdens het wandelen bij de geraniums 
de maan
de moskee bij avond

 Masouleh bij avond

het marktplein bij avond; onder het 2e dak rechtsonder in de foto eten wij

Alweer een prima dag.