We rijden Teheran uit aan de westkant en
komen langs de Azar toren, die van de bevrijding. We rijden over de grote weg
naar Qazvin. We wijken de komende 6 dagen van de hoofdroute van de zijderoute
af die rechtsreeks van Qazvin naar Tabriz gaat. Wij gaan met een omweg: bij
Gazvin de bergen in naar Alamut en later als we daarvan terug zijn gaan we van
Qazvin wat meer naar het noorden i.p.v. het noordwesten om Masouleh te bezoeken
en langs de Kaspische zee te rijden. Omdat daar mooie dingen te zien zijn en de
natuur mooi is en we graag de Kaspische zee zien nu we in de buurt zijn.
de Azar toren in west Teheran
beelden van de grote weg …
… met overal weer zwarte vlaggen vanwege Moharan
een fabriek langs de weg
Bij Qazvin gaan we een 110 km de bergen in,
naar Alamut. We slingeren omhoog tot 2395 m en slingeren weer omlaag, met mooie
uitzichten, al is het heiig
de bergen onderweg naar het Alamut kasteel
de bergen
in de dorpjes is het land in mooie patronen gereed gemaakt voor het
volgend seizoen, een prachtig gezicht
kale bergen met af en toe een
toefje gekleurde herfstbladeren waar een dorpje of een veld is.
In Mo’allem Kaläyeh nemen we een eenvoudige
lunch in een dorpscafé en dan rijden we door naar het dorpje Gazorkhan waar het
kasteel is.
We zijn hier gekomen voor het Kasteel van
Alamut (dorp en rivier hebben die naam), de centrumplaats van de Assassijnen
(1090 – 1256) /Ismaëlieten. Het is in die tijd een hechte gemeenschap van
ongeveer 11.000 mensen. Ze zijn tegen het bewind van de Seljuken (ook in de 11e
eeuw) en de door hen beoefende islam. Die is niet goed genoeg. Ze gaan zelf een
eigen gemeenschap vormen. Het deel ervan in deze streek wordt geleid door
Hassan al-Sabbah. Het verhaal wil dat Hassan zijn mensen met een soort drug
opzweept (hashashiyya- daar zou de naam assassijnen vandaan komen), mooie
meisjes erbij. Dat is al een voorproefje van het paradijs waar ze terecht komen
als ze omkomen in de strijd, als martelaar. En dan gaan ze vechten Het zijn
felle vechters die iedereen vermoorden. In ieder geval zijn ze bloedfanatiek en
voeren een schrikbewind. Zij leiden ook mensen op die in andere organisaties
kunnen infiltreren en vervolgens na een bepaalde code een op zelfmoord lijkende
aanslag plegen op hoge functionarissen bij de tegenstander. Ze hebben zich
verschanst in het kasteel bij Gazorkhan dat wij bezoeken. Dat ligt op 2175 m
hoogte, het dorp op 2000 m en de rots gaat steil omhoog. Het kasteel is
onneembaar. Hassan en zijn volgelingen hebben er voor een half jaar water en
bovenop kunnen ze ook graan etc. verbouwen. Als de leider dood gaat, ebt de
beweging weg.
Voordat we naar het kasteel klimmen, zoeken
we een slaapplaats in Gazorkhan. Er zou een hotel zijn, maar dat is onder
reconstructie. Na wat wachten komt er iemand die een gebouw opent dat iets voor
leraren is (conferentieoord?). Wij kunnen er eenvoudig slapen. De volgende
dagen blijkt dat er meer zulke gelegenheden in deze regio zijn, het moet dus
gewoon een hotel voorstellen.
Omdat men verwacht dat het morgen regent,
klimmen we aan het eind van de middag de 175 meter omhoog via traptreden die
langs de berg gemaakt zijn. Het is heel steil, maar het gaat heel goed. We
hebben prachtig uitzicht op de bergen en op de onneembare rots. Onderweg moeten
we tig keer op de foto met Iraanse mensen die het prachtig vinden dat zulke
oude mensen naar boven klimmen. Boven gekomen zien we hoe men leefde: we zien
wat de kamers van het kasteel zijn geweest, we zien de waterreservoirs (tot 144
kubieke meter) en de plaatsten waar men graan kon verbouwen. Het geheel is nu
een ruïne. Als we even boven hebben gezeten, gaan we weer naar beneden, het eerste
stuk – in het kasteel – bijgeschenen door de wacht. Het wordt al donker. Het is
leuk om in het donker voorzichtig al die treden weer af te lopen en je voor te
stellen hoe dat er vroeger toeging; in het donker gaat dat nog beter.
de berg waar het onneembare kasteel op ligt en waarlangs wij omhoog klimmen
uitzicht op de kale bergen tijden de klim
het kasteel van afstand; de volgende dag
het kasteel als we zo goed als boven zijn
de waterreservoirs
wij samen boven op het kasteel
de Noordelijke kaap van het
kasteel; het wordt al donker
Waar we slapen, is geen eten. We rijden naar
beneden naar het dorp waar het feest van de Moharam aan de gang is en iedereen
eten krijgt in de moskee, de avond voor Tasoa (de dag voor de veldslag, morgen
– zaterdag is de dag van de veldslag, Ashora). We zijn net te laat, iedereen
gaat net weg. Er zijn nog twee bakjes rijst met vlees die we meenemen en op
onze kamer met z’n drieën lekker oppeuzelen.
Vrijdag 23
oktober
Het regent niet zoals beloofd, maar het is
prachtig zonnig weer met mooi uitzicht, alleen verder weg wat heiig. We
verlaten onze slaapplaats om half tien na een ontbijt van thee met koekjes.
onze kamer met twee stapelbedden, een toilet met douche en een gasstel
ons onderkomen/ hotel ‘s morgens
De rugzakken gaan weer naar de auto
prachtige herfstkleuren bij het
dorp waar we logeren
Het is een prachtige tocht door de bergen en
door dorpen naar het meer dat we gaan bezoeken.
weer de prachtig bewerkte velden
We komen twee keer in een optocht ter
gelegenheid van Tasoa, een van de twee hoogtijdagen van de Moharan. Iedereen is
op de been en in het zwart. Luide muziek, ieder slaat zich met de hand op het
hart en er wordt ook veelvuldig met een soort milde gesel over de schouders
geslagen. Het is het naspelen van het gebeurde in Karbala, 1200 jaar geleden.
Langs de weg staan overal theetenten. Daar wordt bij ontbijt, lunch en diner
ook eten uitgedeeld. Na ons bezoek aan het meer nemen wij aan zo’n feestelijke gezamenlijke
lunch deel.
een optocht
een jongen met een (milde) gesel
het zwaaien met een vlag; men gedenkt een droeve gebeurtenis, maar heeft er veel lol bij.
onderweg wordt een lunch uitgedeeld ter gelegenheid van Tasoa
wij zitten lekker te smikkelen en krijgen nog een kopje thee erbij met dadels
de grote gallons worden na afloop ingeladen
een theetent van binnen in
Qazvin
Bij het dorp Ovan ligt het gelijknamige meer.
De tocht erheen is fantastisch, met prachtige vergezichten en heel steil
stijgen en dalen met haarspeldbochten. We wandelen het meer rond en ook maken
we een tochtje waarbij we over prachtige diepe dalen uitkijken.
het Ovan meer
uitzicht op het meer door het riet
prachtig uitzicht tijdens de wandeling bij het meer
en de prachtige herfstkleuren die zo mooi contrasteren met de kale bergen
uitzicht tijdens wandeling
idem
na de wandeling een lekker kopje thee en koffie
een kraampje met bieten; zijn
overal te koop en heeft met
dit feest niets te maken. We zien ze in veel
plaatsen
Dan door naar Qazvin, het blijven prachtige
vergezichten.
donkere bergen …..
….en prachtige vergezichten
onderweg naar Qazvin
In Qazvin zoeken we een hotel en daarna
wandelen we in een 20 minuten naar de Masjed el-Jamè moskee aldaar. Het is stil
op straat, alle winkels en restaurants zijn dicht. In de hoofdstraat lopen wel
mensen. Ze drinken thee, lopen te flaneren in hun zwarte jurken, bezoeken de
binnenplaats van de moskee. Eerst komen we nog langs een andere moskee en in de
hoofdstraat de Masjed el-Jamè. We bezochten die twee jaar geleden met Jona en
herinneren ons nog zijn uitleg over de Qajar periode met veel geel en met
blauwe steentjes die voor die periode kenmerkend zijn. Het is een van de oudste
moskeeën van heel Iran. Maar daar zijn alleen de fundamenten nog maar van over.
Erover heen zijn in de verschillende periodes moskeeën gebouwd. We zien de
stenen van de Seltsjoeken die de vier portalen op een plein hebben ingevoerd.
We zien het mooie blauwe mozaïek werk van de Safaviden en het tegelwerk met
veel geel en kleine blauwe en zwarte steentjes uit de Qajar periode. Een tijdje
verblijven we er, dan drinken we thee op straat en lopen weer terug. We gaan
met z’n 2-en nog proberen of het parkje dichtbij het hotel open is, met een
mooi vierkant Qajar gebouw. Maar dat is niet zo, dus over het plein gelopen en
weer terug.
Masjed el-Jame als je aan komt lopen
de ingang dichterbij
het plafond van het portaal van de ingang
de doorgang naar het grote binnenplein
een van de vier portalen
het oudste: metselwerk van de Seltsjoeken (10e eeuw toen men nog niet kon glazuren)
de Safaviden mozaïek, stukje voor stukje uitgesneden
de Qajar periode
Qajar
hier de diverse periodes naast elkaar, v.l.n.r.: het oude Seltsjoekse tegelwerk,
Qajar tegeltjes (gelig), Safaviden, Qajar en weer Safaviden,
met helemaal rechts de kleine blauwe tegeltjes in het metselwerk
een van de twee minaretten (Seltsjoeks)
Er is nergens iets te eten, alleen op straat
is een tentje met hart- en lever spiesen van lam open. We eten die met lekker
brood en hopen dat we ertegen bestand zijn.
Later op de avond horen we in de straat veel
lawaai. Het si nu heel druk op straat. Er is een optocht ter gelegenheid van
Tasoa aan de gang. We gaan naar buiten om te kijken. We kennen inmiddels de
rituelen en de schallende muziek die zich steeds herhaalt. Weer leuk om te
zien.
de vlaggen vooraan de stoet
het ”geselen” als ritueel
al heel jonge kinderen doen mee
de jongste toeschouwer
Op de terugweg naar het hotel komen we Towhid
tegen die ons al een sms stuurde dat we kunnen komen kijken. Hij gaat nog
verder mee. De volgende morgen aan het ontbijt horen we dat de optocht eindigde
op het plein van de moskee die we ’s middags bezochten.




















































Geen opmerkingen:
Een reactie posten