zaterdag 7 november 2015

43 Alamut donderdag 22 en Qazvin vrijdag 23 oktober

We rijden Teheran uit aan de westkant en komen langs de Azar toren, die van de bevrijding. We rijden over de grote weg naar Qazvin. We wijken de komende 6 dagen van de hoofdroute van de zijderoute af die rechtsreeks van Qazvin naar Tabriz gaat. Wij gaan met een omweg: bij Gazvin de bergen in naar Alamut en later als we daarvan terug zijn gaan we van Qazvin wat meer naar het noorden i.p.v. het noordwesten om Masouleh te bezoeken en langs de Kaspische zee te rijden. Omdat daar mooie dingen te zien zijn en de natuur mooi is en we graag de Kaspische zee zien nu we in de buurt zijn.

de Azar toren in west Teheran

beelden van de grote weg …

 … met overal weer zwarte vlaggen vanwege Moharan

 
 een fabriek langs de weg

Bij Qazvin gaan we een 110 km de bergen in, naar Alamut. We slingeren omhoog tot 2395 m en slingeren weer omlaag, met mooie uitzichten, al is het heiig

de bergen onderweg naar het Alamut kasteel

de bergen

 
in de dorpjes is het land in mooie patronen gereed gemaakt voor het 
volgend seizoen, een prachtig gezicht

kale bergen met af en toe een toefje gekleurde herfstbladeren waar een dorpje of een veld is.

In Mo’allem Kaläyeh nemen we een eenvoudige lunch in een dorpscafé en dan rijden we door naar het dorpje Gazorkhan waar het kasteel is.
We zijn hier gekomen voor het Kasteel van Alamut (dorp en rivier hebben die naam), de centrumplaats van de Assassijnen (1090 – 1256) /Ismaëlieten. Het is in die tijd een hechte gemeenschap van ongeveer 11.000 mensen. Ze zijn tegen het bewind van de Seljuken (ook in de 11e eeuw) en de door hen beoefende islam. Die is niet goed genoeg. Ze gaan zelf een eigen gemeenschap vormen. Het deel ervan in deze streek wordt geleid door Hassan al-Sabbah. Het verhaal wil dat Hassan zijn mensen met een soort drug opzweept (hashashiyya- daar zou de naam assassijnen vandaan komen), mooie meisjes erbij. Dat is al een voorproefje van het paradijs waar ze terecht komen als ze omkomen in de strijd, als martelaar. En dan gaan ze vechten Het zijn felle vechters die iedereen vermoorden. In ieder geval zijn ze bloedfanatiek en voeren een schrikbewind. Zij leiden ook mensen op die in andere organisaties kunnen infiltreren en vervolgens na een bepaalde code een op zelfmoord lijkende aanslag plegen op hoge functionarissen bij de tegenstander. Ze hebben zich verschanst in het kasteel bij Gazorkhan dat wij bezoeken. Dat ligt op 2175 m hoogte, het dorp op 2000 m en de rots gaat steil omhoog. Het kasteel is onneembaar. Hassan en zijn volgelingen hebben er voor een half jaar water en bovenop kunnen ze ook graan etc. verbouwen. Als de leider dood gaat, ebt de beweging weg.
Voordat we naar het kasteel klimmen, zoeken we een slaapplaats in Gazorkhan. Er zou een hotel zijn, maar dat is onder reconstructie. Na wat wachten komt er iemand die een gebouw opent dat iets voor leraren is (conferentieoord?). Wij kunnen er eenvoudig slapen. De volgende dagen blijkt dat er meer zulke gelegenheden in deze regio zijn, het moet dus gewoon een hotel voorstellen.
Omdat men verwacht dat het morgen regent, klimmen we aan het eind van de middag de 175 meter omhoog via traptreden die langs de berg gemaakt zijn. Het is heel steil, maar het gaat heel goed. We hebben prachtig uitzicht op de bergen en op de onneembare rots. Onderweg moeten we tig keer op de foto met Iraanse mensen die het prachtig vinden dat zulke oude mensen naar boven klimmen. Boven gekomen zien we hoe men leefde: we zien wat de kamers van het kasteel zijn geweest, we zien de waterreservoirs (tot 144 kubieke meter) en de plaatsten waar men graan kon verbouwen. Het geheel is nu een ruïne. Als we even boven hebben gezeten, gaan we weer naar beneden, het eerste stuk – in het kasteel – bijgeschenen door de wacht. Het wordt al donker. Het is leuk om in het donker voorzichtig al die treden weer af te lopen en je voor te stellen hoe dat er vroeger toeging; in het donker gaat dat nog beter.

de berg waar het onneembare kasteel op ligt en waarlangs wij omhoog klimmen

uitzicht op de kale bergen tijden de klim

 het kasteel van afstand; de volgende dag
het kasteel als we zo goed als boven zijn

de waterreservoirs

 wij samen boven op het kasteel

 
de Noordelijke kaap van het kasteel; het wordt al donker

Waar we slapen, is geen eten. We rijden naar beneden naar het dorp waar het feest van de Moharam aan de gang is en iedereen eten krijgt in de moskee, de avond voor Tasoa (de dag voor de veldslag, morgen – zaterdag is de dag van de veldslag, Ashora). We zijn net te laat, iedereen gaat net weg. Er zijn nog twee bakjes rijst met vlees die we meenemen en op onze kamer met z’n drieën lekker oppeuzelen.

Vrijdag 23 oktober
Het regent niet zoals beloofd, maar het is prachtig zonnig weer met mooi uitzicht, alleen verder weg wat heiig. We verlaten onze slaapplaats om half tien na een ontbijt van thee met koekjes.

onze kamer met twee stapelbedden, een toilet met douche en een gasstel

 ons onderkomen/ hotel ‘s morgens

 
De rugzakken gaan weer naar de auto
 
prachtige herfstkleuren bij het dorp waar we logeren

Het is een prachtige tocht door de bergen en door dorpen naar het meer dat we gaan bezoeken.

weer de  prachtig bewerkte velden

We komen twee keer in een optocht ter gelegenheid van Tasoa, een van de twee hoogtijdagen van de Moharan. Iedereen is op de been en in het zwart. Luide muziek, ieder slaat zich met de hand op het hart en er wordt ook veelvuldig met een soort milde gesel over de schouders geslagen. Het is het naspelen van het gebeurde in Karbala, 1200 jaar geleden. Langs de weg staan overal theetenten. Daar wordt bij ontbijt, lunch en diner ook eten uitgedeeld. Na ons bezoek aan het meer nemen wij aan zo’n feestelijke gezamenlijke lunch deel.

een optocht

een jongen met een (milde) gesel

 
het zwaaien met een vlag; men gedenkt een droeve gebeurtenis, maar heeft er veel lol bij.

onderweg wordt een lunch uitgedeeld ter gelegenheid van Tasoa

 wij zitten lekker te smikkelen en krijgen nog een kopje thee erbij met dadels 

de grote gallons worden na afloop ingeladen

een theetent van binnen in Qazvin

Bij het dorp Ovan ligt het gelijknamige meer. De tocht erheen is fantastisch, met prachtige vergezichten en heel steil stijgen en dalen met haarspeldbochten. We wandelen het meer rond en ook maken we een tochtje waarbij we over prachtige diepe dalen uitkijken.

het Ovan meer

uitzicht op het meer door het riet

 prachtig uitzicht tijdens de wandeling bij het meer

 
en de prachtige herfstkleuren die zo mooi contrasteren met de kale bergen

 uitzicht tijdens wandeling

 
idem

na de wandeling een lekker kopje thee en koffie

 een kraampje met bieten; zijn overal te koop en heeft met 
dit feest niets te maken. We zien ze in veel plaatsen

Dan door naar Qazvin, het blijven prachtige vergezichten.

donkere bergen …..

 ….en prachtige vergezichten onderweg naar Qazvin

In Qazvin zoeken we een hotel en daarna wandelen we in een 20 minuten naar de Masjed el-Jamè moskee aldaar. Het is stil op straat, alle winkels en restaurants zijn dicht. In de hoofdstraat lopen wel mensen. Ze drinken thee, lopen te flaneren in hun zwarte jurken, bezoeken de binnenplaats van de moskee. Eerst komen we nog langs een andere moskee en in de hoofdstraat de Masjed el-Jamè. We bezochten die twee jaar geleden met Jona en herinneren ons nog zijn uitleg over de Qajar periode met veel geel en met blauwe steentjes die voor die periode kenmerkend zijn. Het is een van de oudste moskeeën van heel Iran. Maar daar zijn alleen de fundamenten nog maar van over. Erover heen zijn in de verschillende periodes moskeeën gebouwd. We zien de stenen van de Seltsjoeken die de vier portalen op een plein hebben ingevoerd. We zien het mooie blauwe mozaïek werk van de Safaviden en het tegelwerk met veel geel en kleine blauwe en zwarte steentjes uit de Qajar periode. Een tijdje verblijven we er, dan drinken we thee op straat en lopen weer terug. We gaan met z’n 2-en nog proberen of het parkje dichtbij het hotel open is, met een mooi vierkant Qajar gebouw. Maar dat is niet zo, dus over het plein gelopen en weer terug.

Masjed el-Jame als je aan komt lopen

 
de ingang dichterbij

 het plafond van het portaal van de ingang

 de doorgang naar het grote binnenplein

 een van de vier portalen

 het oudste: metselwerk van de Seltsjoeken (10e eeuw toen men nog niet kon glazuren)

de Safaviden mozaïek, stukje voor stukje uitgesneden

de Qajar periode

Qajar

 hier de diverse periodes naast elkaar, v.l.n.r.: het oude Seltsjoekse tegelwerk,
 Qajar tegeltjes (gelig), Safaviden, Qajar en weer Safaviden, 
met helemaal rechts de kleine blauwe tegeltjes in het metselwerk

 een van de twee minaretten (Seltsjoeks)

Er is nergens iets te eten, alleen op straat is een tentje met hart- en lever spiesen van lam open. We eten die met lekker brood en hopen dat we ertegen bestand zijn.
Later op de avond horen we in de straat veel lawaai. Het si nu heel druk op straat. Er is een optocht ter gelegenheid van Tasoa aan de gang. We gaan naar buiten om te kijken. We kennen inmiddels de rituelen en de schallende muziek die zich steeds herhaalt. Weer leuk om te zien.

 
de vlaggen vooraan de stoet


 het ”geselen” als ritueel

 al heel jonge kinderen doen mee

 de jongste toeschouwer


Op de terugweg naar het hotel komen we Towhid tegen die ons al een sms stuurde dat we kunnen komen kijken. Hij gaat nog verder mee. De volgende morgen aan het ontbijt horen we dat de optocht eindigde op het plein van de moskee die we ’s middags bezochten. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten