maandag 26
oktober
Vandaag niet veel te schrijven omdat het de
hele dag motregent of regent en grijs en grauw is. Het zicht is over het
algemeen niet meer dan een vijf honderd meter van de bergen zien we dus weinig.
Van Masouleh naar Ardabil is het een behoorlijk stuk rijden, we gaan om 9 uur
weg en met twee kleine stops zijn we om vijf uur in Ardabil.
Onze eerste stop is bij de Kaspische Zee,
daar rijden we tegen aan als we Rasht hebben gepasseerd. Het is een grauwe zee
met prachtige rollers die het strand oplopen. Aan de golven te zien loopt het
strand heel geleidelijk af. Er ligt nogal wat rotzooi. Towhid vertelt dat als
het mooi weer is de zee prachtige groen/blauw is en dat het strand hier niet
goed is onderhouden; op veel plekken wordt het schoon gehouden. Er is iets van
hoogte verschil te zien, maar een centimeter of 10 à 20 we denken dat dat te
maken heeft met harde wind vanuit het noorden of niet. Opstuwing door de wind,
getijden kent de Kaspische Zee niet.
voor in het fotoboek: Kees en
Geer bij de Kapsische zee
We rijden verder, het eerste stukje zien we
nog regelmatig de golven van de zee. Dan buigt de weg iets af en zien we de zee
niet meer. Lunch in een lekker visrestaurant in Talesh, voor het eerst in lange
tijd dat we weer vis eten. Ieder een grote vis, het lijkt een beetje op een
makreel maar lekkerder.
Door de drizzel, regen en wolken rijden we
door wat een prachtig groen uitzicht had moeten zijn; vanaf de groene kust de
bergen in naar Ardabil.
Als we aankomen is het droog. Het enige wat
we nog doen is water en frisdrank kopen dichtbij het hotel. Een eind wandelen
lokt niet. Dus we verpozen ons in het hotel.
Dinsdag 27
oktober
Het belangrijkste in de stad is het mausoleum
van Sheikh Safi al-Din (1252 – 1334), het is uit de tijd van het Ilkhanaat, dat
is een van de vier entiteiten waaruit Centraal-Azië in de tijd van de Mongolen
bestond (zie p. 85 geschiedenis van Centraal-Azië van De Cordier), de entiteit
waar Tabriz de hoofdstad van is. De stichter van de dynastie is Ismaël, die in
de zesde generatie van Safi al-Din afstamt afstamt. Deze klein- klein- kleinzoon
van de soefie mysticus is de stichter van de Safaviden dynastie. We zien de Safavidische
mozaïeken in het tegelwerk van de toren en de andere gebouwen. Op de
Allah-Allah toren zie je met de blauwe tegeltjes het woord Allah steeds herhaald,
horizontaal en verticaal op z’n kop en links en rechts om gedraaid.
de Allah-Allah toren, beroemd
een portaal aan één kant van het plein
ingezoomd
de tuin van het mausoleum, je
ziet dat het nu herfst wordt
Binnen worden we rondgeleid door een Iraanse
dame, Towhid vertaalt. De muren en het plafond van de hal waar we binnenkomen
is helemaal met verf vanuit kruiden geverfd. Het is wat donker (donkerder dan
op de foto, meer blauw en groen), maar heel mooi. De tombe van Safi al-Din is
acher in die hal. Hij is van hout gemaakt. Daar ligt hij niet in, het is sier.
De mensen worden 2 meter onder de grond begraven. De muren van het kamertje
waar de tombe is, zijn beplakt met geverfde doeken, het eerste behang, donker
van kleur
In de hal is ook een kamertje met een foto van
Ismaël op jonge leeftijd. En een foto van een prachtig vloerkleed dat in Londen
ligt.
kamertje met foto van Ismaêl op jonge leeftijd
foto van het kleed uit de hal
dat nu in Londen ligt
In een volgende zaal zijn de tombes van de
vrouwen: een dochter en de harem.
tombes van de vrouwen (Harem
Khneh)
Dan is ook de Pottery hall erg mooi. Die is
door Sh.Attar ingericht. We hebben Attar in Nishapur al gezien. Op het plein
waar je naar het mausoleum gaat staat ook een beeld van hem: de soefi dichter
en filosoof uit 1300 met de gedichten over vogels, zie Hfst 41. Attar is in
Ardabil geboren. De hal heeft vol gestaan met allerlei geschenken, vooral
porselein uit China. De hal is er speciaal op ingericht: nissen op maat voor de
cadeaus. De nissen zijn nu leeg, het meeste porselein is naar de Hermitage in
St. Petersburg ca 850 van de 1250. Wat in Iran is gebleven de resterende 400 is
verdeeld over Tabriz, Teheran, Isfahan en Ardabil.
de Pottery Hall heeft allemaal nissen waar porselein in gestaan heeft
dicher en filosoof Sh.Attar die we in Nishapur al gezien hebben,
is geboren in Ardabil
Als we weer naar buiten gaan, gaan we nog
langs een plaats waar je kaarsjes kunt branden. Daar wordt druk gebruik van
gemaakt.
het branden van de kaarsjes
Met een taxi terug naar het hotel, vanwaar we
met de auto naar een dorpje een km of 30 verderop rijden, Sareyn waar bronwater
is. We gaan erheen omdat je vandaar goed een van de hoogste bergen van Iran, de
Sabalon, kunt zien. Het is bewolkt, we zien niets.
Sabalan berg
zoals we hem hadden kunnen zien bij mooi weer; foto van internet
Lunchen in Sareyn en terug naar Ardabil.
Hoewel het droog is, is het guur en lokt een wandeling in de mooie natuur niet.
we gaan terug naar het hotel en aan het eind van de middag maken we nog een wandelingetje
in de buurt, langs een winkelstraat. We willen een kopje thee drinken en worden
naar een gangetje met een trap die met een deken is afgeschut, verwezen. Boven
blijkt een theehuis te zijn, waar mannen waterpijp zitten te roken. Wij krijgen
een kan thee met twee kleine glaasjes, lekker. De conversatie is beperkt: waar
we vandaan komen, sorry dat we niet beter Engels (en wij Iraans) praten,
drinken jullie in Holland ook thee? We mogen niets betalen, wij zijn hun gast.
Hartelijk dank voor het bezoek, welcome, een paar foto’s en dan weer naar
buiten. een eindje verder draaien we om en in een westers ogend cafeetje
drinken we heerlijke koffie. Toch nog een leuk uitje. Als avondmaaltijd nemen
we een omelet met tomaat en met brood in het hotel.
Dat was Ardabil alweer, morgen naar onze
laatste bestemming: Tabriz





















Geen opmerkingen:
Een reactie posten