Hier zie je een kaartje van Mary. De gele weg van rechtsboven naar links beneden is de weg waarlangs wij vanuit Oezbekistan door Turkmenistan naar Iran rijden. Op de uitsnede zie je rechts van Mary Merw liggen, bezoek 1e dag en wat hoger iets naar rechts Gonur Deppe
En hieronder een uitvergroting van Merw (1e dag)
Mary was een zeer belangrijke oase en handelsplaats van de
Zijderoute en één van de grootste steden van de Islamitische wereld.
Het heeft nu ruim 156.000 inwoners
(p.148 gidsje) en is de 2e industrieplaats van het land. Voor
ons is het de uitvalsbasis naar de
ruïnes van Merv en Gonur Deppe. Die zijn bekend uit de Achaemenidische tijd
(550-330 v.Chr.) Merv en Gonur lagen midden in het antiek Margiana (betekent grasland). De oorspronkelijke naam
van Margiana was Margush dat komt van de
rivier Murgab, aan de monding waarvan men in de delta nederzettingen bouwde.
Margiana wordt in de Behistan geschriften van Darius I als Margush genoemd.
Zondag 11
oktober aankomst
Mary is een stad vol grote wegen, groteske gebouwen en weinig
leven op straat, behalve de bazaar. Ons hotel is ook pompeus en voor ons veel
te luxe. Er is geen Wi-Fi. Komt morgen, zegt men steeds. Het blijkt dat men
niet betaald heeft en dus is Wi-Fi afgesloten.
We lopen in de namiddag nog ven
rond, kopen koekjes e.d. En zien de mooie moskee, maar het is te laat om van
binnen te bekijken. Opvallend is de hoofdtooi van vrouwen: allemaal hebben ze
een soort tulband op waar ze een hoofddoek over heen dragen. Je ziet het op de
foto’s van Merv, morgen.
Het sjasliek café dat we
aangeraden hebben gekregen, vinden we er niet uit zien. Omdat we ’s middags
uitgebreid geluncht hebben onderweg, eten we nu een bak noedels op de kamer.
een zicht op de
monumentale gebouwen van Mary
maandag 12 oktober
Kees gaat vandaag alleen op pad, Geer heeft buikloop en koorts. Op weg
naar de oude stad Merv nog een mooie dromedaris.
dromedaris
Het bijzondere van Merv is dat de stad in verschillende perioden naast
elkaar is gebouwd en niet op elkaar zoals meestal het geval is.
Het oudste gedeelte, Erk Kala,
dateert uit de zes eeuw v.Chr. Duidelijk is de oude muur te zien van
aangestampte leem met in het midden nog een verhoging waar waarschijnlijk de
heersers woonden in de tijd van de Achaemeniden. Op de muur is er een
duidelijke “uitkijk toren”, ca 40 meter hoog, waar vandaan men het geheel mooi
kunt zien.
De stad is door Alexander de Grote 4e eeuw v.C. veroverd.
Hij breidt de stad in zuidelijke richting uit, Giaur Kala, totaal wordt deze stad ca 12 ha groot en geheel
ommuurd. Waarschijnlijk had Alexander de Grote er alleen een groot tentenkamp,
maar als ommuurde stad wordt het gebouwd door Antiochus I. Zij blijft bestaan
gedurende de Seleuciden periode (330 – 150 v.Chr.).
Vanaf deze tijd is Merv een belangrijke schakel in de toenmalige zijde route.
Het uitzicht punt van waar het geheel overzien kan worden
de muur tussen Erk Kala en Giaur Kala
restanten van de muur van Erk Kala
De Sultan Kala ten westen
van Giaur Kala wordt gebouwd vanaf
de 8e eeuw n.C.
Er liep een kanaal van noord naar zuid door de stad het zgn. Majan
kanaal. Langs dit kanaal worden de eerste woningen gebouwd. De stad krijgt zijn
eerste bloeitijd nadat de de Abbasiden (Abu Muslim) de Omaijaden dynastie heeft
verslagen. Vervolgens laat Sultan Malik Schah (1072 - 1092) de stad geheel
ommuren totaal ca 14 km. Die ommuring blijkt al snel te klein te zijn waarna
eerst in het noorden de ommuring wordt uitgebreid en vervolgens in het zuiden
onder Sultan Sanjar (1118 – 1157). Tijdens de gehele periode bloeit de stad als
nooit te voren en zal ook nooit weer die bloei terug krijgen. Merv wordt in een
adem genoemd samen met Cairo, Bagdad en Venetië. Sultan Sanjar laat er ook een
groot Mausoleum bouwen met voor het eerst in de wereld een dubbele doom. Het
basis vierkant van dit mausoleum is 27 meter bij 27 meter. Ook de overgang van
vierkant naar achthoek en daarna naar de cirkel is heel bijzonder en knap uitgevoerd.
Het is dermate sterk dat de Mongolen het niet hebben kunnen verwoesten. De
fundering is een diepe conische punt waardoor het ook alle aardbevingen heeft
doorstaan verteld de gids me.
Februari 1222 wordt de stad totaal verwoest door de troepen van Dzjengis Khan. Behalve het mausoleum blijft er niets overeind. We krijgen twee
verklaringen:
-
Van onze gids Muhammed die verteld
dat Dzjengis Khan zag dat de stad moeilijk in te nemen was gezien de hoge
muren. Hij laat een dam bouwen in de rivier waardoor het water via het centrale
kanaal de stad onder water zet en de bewoners wegvluchten en daarbij op een
enkeling na worden gedood.
-
Volgens onze “Reiseführer”
probeert Dzjengis Khan zes dagen lang de stad in te nemen maar lukt het zijn
troepen niet een bres in de muur te slaan. Na zes dagen volgen
onderhandelingen waarbij Dzjengis Khan belooft de inwoners van de stad te
sparen als zij zich nu overgeven. De poorten worden geopend maar Dzjengis Khan houdt zich vervolgens niet aan de afspraken en richt een enorm bloedbad aan.
We laten het bij deze verklaringen, de stad is in ieder geval met de
grond gelijk gemaakt aan het begin van de 13e eeuw alle geschriften,
de bibliotheek, enz. zijn allemaal bij deze militaire actie vernietigd.
Behalve de restanten van de muren en het Mohammed-Ibn-Said-Mausoleum is
er van het oude Merv niet veel meer over.
Met Muhammed ga ik op maandag 12 oktober, helaas zonder Geer (ziek). Ik
beschrijf wat ik heb gezien volgens onderstaande route.
1. De grote en kleine Kyzkala. Twee kastelen gebouwd in de elfde eeuw
kort na elkaar. De twee zijn precies hetzelfde alleen is de kleine een kwart
kleiner dan de grote. Beide staan buiten de stadsmuren, wie ze heeft gebouwd en
wie er hebben gewoond is onbekend ook wat het doel van beide was cq waarom een
grote en een kleine is niet bekend. Alle papieren zijn door de Mongolen
vernietigd.
Men vermoed dat de gegolfde structuur van de muren de muren sterker zou
maken.
de overzicht van de grote Kyzkala in restauratie
ingezoomd op opening rechts eerste foto
ingezoomd op de hoek van de eerste foto
de kleine Kyzkala nog gedeeltelijk in het zand
van binnen uit, duidelijk opgetrokken uit bakstenen
ingezoomde buitenkant gedeeltelijk in het zand
2. Twee Mausoleums uit de tijd van de Timuriden. Zij liggen tussen de
Kyzkala monumenten en juist onder Sultan Kala. Momenteel worden de mausoleums
gerestaureerd. Aangenomen wordt dat hier twee begeleiders van de profeet liggen
begraven nl. Al-Hakim ibn Amr al-Ja’fari en Buraida ibn al-Huseib al-Islami. Om
deze mausolea is een grote begraafplaats de gids vertelt dat degenen die daar
worden begraven op voorspraak mogen rekenen als zij bij de Paradijs poort
aankomen.
We kunnen niet verder bezichtigen vanwege de restauratie, mede door
Turkije mogelijk gemaakt. Naast de mausolea liggen nog een gebouw waar mensen
bij elkaar kunnen komen en een kleine moskee.
3. We rijden door naar Erp Kala en beklimmen het uitzicht punt, zie
boven deel 1
4. We rijden door Sultan Kala naar het mausoleum van Hoja Yusup
Hemedany. Zij is een vrouw die zo wordt beweerd 80 keer de Koran heeft gelezen
22 keer naar Mekka is geweest en 80mensen tot de islam heeft bekeerd. Zij is 99
jaar geworden. Het is hier druk en de gids vertelt me dat hier veel vrouwen
komen met hun kinderen om door driemaal om de graftombe te lopen om een wens in
vervulling te laten gaan. Naast het mausoleum staat een vrij grote moskee en
een groot gebouw waar het druk is. Hier wordt gezamenlijk met de familie en
vrienden dan een lunch gekookt en gegeten. Alles is vrij, je moet alleen zelf
de etenswaren mee nemen en koken en afwassen natuurlijk.
Misschien goed te vermelden dat dit alles weer opgang gekomen is na het
instorten van de Sovjet Unie. Voor die tijd mocht dit allemaal niet. De moskee
en bijgebouwen zijn van 2004.
dames bij het mausoleum
de tombe van Hoja, een vrouw spreekt haar wensen uit
de imam; hij vroeg om een foto
dames koken
dames koken
5. Het Sultan Sanjar Mausoleum zie boven.
6. Tot slot nog een bezoek aan het relatief kleine Ibn Said Mausoleum
uit de 10e eeuw. Het heeft fraai metselwerk zoals we dat ook in
Buchara zagen.
In het begin van de middag rijden we terug naar Mary.
Kijken hoe met Geer is. We besluiten nu niet naar het museum te gaan
maar dat tot morgen uit te stellen. Muhammed gaat naar huis. Ik koop nog een
paar zaken voor op de kamer. Ga daarna naar de Bazar en de grote moskee die we
al die tijd zagen. Binnen is de moskee heel indrukwekkend het is de groet
vrijdag moskee van Mary met plaats voor 3.000 mensen. De inrichting is sober en
gaaf uitgevoerd.
Dinsdag 13 oktober
Gonur-Deppe
Geer is weer van de partij. We gaan vroeg weg (8 uur).
Gonur-Deppe ligt 160km ten N. van Merv. Eerst over de grote weg, dan
een weg die erg kapot is en dan een 30 km door de woestijn.
Gonur-Deppe zou de
geboortegrond van het Zoroatrisme kunnen zijn, 1e millennium v.Chr.
Er zijn diverse vuurtempels opgegraven. Graven binnen de woon nederzetting; was
de gewoonte. Voor het Zoroatrisme zijn er vier elementen vuur, water, aarde en
lucht die moet je zuiver houden, vandaar geen lijk verbranding of begraven. Dus
werd een overledenen op een verhoging gelegd waarna zijn vlees opgegeten werd
door de vogels waarna men na een bepaalde tijd de botten bijen bracht en in een
urn wegzetten. Van Alexander de Grote weten we dat hij dat wilde uitbannen en
dat de mensen toen in opstand kwamen zie Oezbekistan. Die vuurtempels bezoeken wij niet. wij
bezoeken het paleis. Eerst lopen we door de verblijfplaats van de archeologen.
Dan lopen we door de verschillende kamers en zalen van het paleis.
Indrukwekkend zo’n eeuwenoude plaats, waar je aan de resten kunt zien hoe de
mensen geleefd hebben. De foto’s spreken voor zich. Aan het eind zien we nog in
2 overdekte ruimtes de botten van een mens en van zijn paard en van andere
beesten.
kamers in het paleis van Gonur-Deppe
Een kookoven. Rechts werd het vuur gestookt, links werd het vlees te braden gelegd;
via de wanden werd het heet. Het vuur en het vlees mogen volgens zoroastrisch gebruik niet met elkaar in contact komen
een grote ronde verblijfplaats in het paleis
watertoevoer via keramische pijpen
een over waarin potten gebakken worden, het wordt meer dan 1000 graden heet; te zien aan de verglaasde wanden
een gerestaureerde kookoven
kamers
de botten van een paard
hier worden botten van verschillende dieren
bewaard: kameel, schaap, paard. En wielen.
We gaan dezelfde weg terug en we rijden nog zonder uit te stappen langs
alle plaatsen van Merv waar Kees gisteren geweest is. Zo heeft Geer toch nog
een indruk. Dichtbij Mary stoppen we bij wat een Nestoriaanse kerk is geweest
uit de 11e eeuw.
de woestijn op de terugweg
een kanaal voor de ontginning van de woestijn; het water komt uit het grote kanaal bij Mary
een Nestoriaanse kerk uit de 11e eeuw
van de zijkant
Terug in Mary brengen we een bezoek aan het museum. Daar zien we veel
van de opgravingen uit Merv en Gonur-Deppe. Leuk en mooi.
Muhammed zet ons af bij een Turks restaurant, waar we lekker eten. Dan
zit ons bezoek aan Mary/Merv en daarmee aan Turkmenistan erop. Kort en
eigenlijk alleen voor de opgravingen bij Merv en Gonur-Deppe. Maar we vinden
het zeer de moeite waard geweest. En: we hebben weer een belangrijk stuk van de
zijderoute gereden en morgen doen we dat naar Mashhad weer.
De afstand van de grens van
Oezbekistan naar Mary is 230 km, de afstand van Mary naar de grens met Iran is
120 km, totaal dus 350 km.










































Geen opmerkingen:
Een reactie posten