vrijdag 14 augustus 2015

03 De Zijderoute in China

De Zijderoute begint “officieel” in Xi'An, de oude hoofdstad van China. Ver voor Christus was dat al het centrum van de handel in zijde - toen vooral naar India, Perzië en Mesopotamië en omgekeerd . In Rome komt de zijde rond de derde eeuw voor christus voor.
Onze reis zal vrij snel van Beijing naar het westen gaan, door de provincies, Shanxi en Shaanxi, Gansu en vooral Xinjiang waar de Oeigoeren wonen. Het deel van de zijderoute in China is al gigantisch. Als je bedenkt dat het  “kleine” stukje van Beijing naar Xi’An al een dag reizen is, zie je op het kaartje dat we behoorlijk lang in de trein zullen zitten; maar ook steeds voor een paar dagen ergens uitstappen en rondkijken. Het meest westelijke deel van China is 4000 km van Beijing vandaan. En onze hele tocht is ca. 8000 km.

Dit hoofdstuk gaat over de vier provincies van China waar de zijderoute van oudsher doorkomt[1]:
Shanxi en Shaanxi, Gansu, Xinjiang. Met daarna een voorbeeld van hoe de uitwisseling tussen Oost en West tot stand kwam, hoe China het westen verkende. Vervolgens een hoofdstukje over de Oeigoeren, de bewoners van Xinjiang. Dan een paragraafje over de migraties die er de vanaf 1880 tussen dit deel van China en Kazachstan/Rusland hebben plaatsgevonden bij de grens tussen Kazachstan en China. En aan het eind worden de dynastieën opgesomd.

[1] Het meeste komt uit “De Silkroad from Xi’An to Kashgar” van Judy Bonavia. Ook de Rough Guide.

Plaatsen Zijderoute China; Provincies omkaderd

1. De Provincies
Shanxi en Shaanxi
De provincies Shanxi en Shaanxi worden gedomineerd door de Gele Rivier.
De trein komt door Shanxi en Shaanxi als je van Beijing naar West China gaat.
Shanxi  Provincie heeft een gemiddelde hoogte van 1000 m. boven zeeniveau en is daarmee één groot bergplateau. Aan de Noordkant wordt zij begrensd door de Chinese muur, aan de Zuidkant door de Gele Rivier. Van oudsher was het een bastion tegen de noordelijke volksstammen. De provincie wordt gekenmerkt door de nabijheid van de Gobiwoestijn. En ook door de talrijke oude – niet gerestaureerde - gebouwen en grotwoningen uit de Song (960 – 1279) en de Tang dynastie (618 – 907) die er bewaard zijn; men noemt het wel het “museum boven de grond”. In 2007 zijn we ook met de trein door deze provincie gereisd en toen stapten we voor een paar dagen uit in het uit de Ming-dynastie Pingyao, voor Chinese begrippen kleine stad met nog een grotendeels intacte zandstenen muur van 1,5 km om de hele stad heen. We maakten er een mooie fietstocht om de stad en in de velden erbuiten.
Tegelijkertijd wordt de aangrenzende zuidelijker gelegen provincie Shaanxi (twee a’s) genoemd als “museum onder de grond”.  Dan wordt gedoeld op het beroemde Terracotta leger bij de hoofdstad Xi’An. Wij bezoeken alleen Xi’An, het startpunt van de Zijderoute. Hoewel er natuurlijk ook een belangrijke aftakking naar Beijing is waar onze reis begint.
Shaanxi is de “wieg van de Chinese beschaving” [1]:
·       de Bronzen eeuw met de Zhou Dynastie 1027 – 771 v.Chr.,
·       de Qin Dynastie 246 v.Chr. (ook wel 221- 206 v.Chr.) met keizer Zhen die munten standaardiseerde. Voerde in: wielas (wagon axle lenghts), maten en gewichten, een administratief systeem dat alle latere dynastieën overnamen. Uit deze tijd is ook het Terracotta leger (p.70) van de heerser  Shihuangdi (221- 201 v.Chr.).
·       Tijdens de Han-dynastie (206 v.Chr. – 220 n.Chr) beginnen karavanen te trekken  van en naar het westen, in concurrentie met het Romeinse rijk. Overigens wordt (zie H2) al in 2500 v.Chr. Melding gemaakt van verhandelen van zijde naar het westen.
·       De Gouden Eeuw van China is een paar eeuwen later: 618 tijdens de Tang-dynastie. Xi’An (Chang’an) was de grootste kosmopolitische stad ter wereld: handelaren, diplomaten, kunstenaars en tempels. Naast de eigen Chinese denkwijze waarvan nu het Taoïsme en Confucianisme grote bekendheid hebben moeten ook niet Chinese geloven zoals het Zoroastrische en vooral het Boeddhisme genoemd worden. Met name langs de zijde route verspreidt het Boeddhisme zich naar China. Xi’An is lange tijd hét Boeddhistische leercentrum van Azië.

Gansu


                                    
Provincie Gansu

Gansu is een natuurlijke corridor die van oudsher China met Xinjiang en Centraal-Azië verbindt (Xinjiang behoorde niet altijd tot China).  Het is een bottleneck waar alle verkeer langs moest,  tussen het hoge Tibetaanse plateau in het zuiden en de Mongoolse expansies in het noorden. In het NW wordt de Gobiwoestijn begrensd door het Mongoolse plateau aan één kant en de Qilian bergen aan de zuidelijke kant. Men noemt dat de Hexi-corridor. Tijdens de Han-dynastie (206 v.Chr. – 220 n.Chr.) heeft China er hard gevochten om de lucratieve zijderoute te verdedigen tegen Tibetanen en andere stammen.  Men begon toen al met het bouwen van de Chinese muur in deze corridor. In de 2e eeuw hieven de Chinezen er al tol. De provincie is in grote delen dor en kaal. “Er is hier niets te doen dan zitten en luisteren naar het gehuil van de wind”, wordt er geschreven. In het Zuiden is grasland en er zijn indrukwekkende bergen. Met het uitbreiden van haar grenzen werd ook de Chinese muur verder naar het westen gebouwd. 
De Han-soldaten vertrouwden op hun paarden, die uit de recent ontdekte koninkrijken van Centraal Azië kwamen. Pas in de Mongoolse tijd, de Yuan Dynastie, werd Gansu een officiële provincie van China.
Gansu was lang een verarmde provincie. Nu is de regering bezig er snel te industrialiseren; de provincie is rijk aan olie, kolen, nikkel, platina, chroom, lood en kalksteen. De meerderheid van de bevolking is Han-Chinees, maar er zijn een tiental minderheidsgroepen.
Gansu wordt wel als een andere geboorteplaats van de Chinese beschaving gezien. Er zijn archeologische vondsten. Langs de route zijn oude Boeddhistische grotten.



Het wereldberoemde “flying horse van Gansu”
 uit de Han-Dynastie, een smal bronzen sculptuur, 
werd in Duwei ontdekt

Xinjiang

provincie Xinjiang

Xinjiang – Xinjiang Uigur Autonomous Region - is het minst “Chinese” gedeelte van China. Het land van de Oeigoeren. De steden Turpan en Kashgar zullen wij er bezoeken. Zij doen denken aan het oude Turkestan en in de stad Yining (waar we niet zullen komen – een te grote omweg) met z’n prachtige meer ligt tegen Kazachstan aan.
Xinjiang ligt 3000 tot 4000 km westelijk van Beijing. Het is voor het grootste gedeelte bedekt met woestijn en bergen. Het bestaat uit 2 bassins – het Junggar bassin en het Tarim Bassin -, die doorsneden worden door het Tien Shin gebergte (de Hemelse bergen), in het zuiden wordt het begrensd door de Taklaman woestijn. Taklaman staat letterlijk voor: kom er binnen en je keert nooit meer terug. Het is iets groter dan West-Europa.  En het kent een grote gevarieerdheid: met naaldbomen bedekte berggraslanden, zandduinen, ijspieken, kalkstenen bergtoppen en helder blauwe zoutwatermeren. Turpan is het laagste punt van heel China, terwijl de Hemelse bergen tot de hoogste behoren.
Meer dan 2000 jaar trekt de zijderoute hier al reizigers. Tijdens de Tang-dynastie (617 – 907) is het verkeer er op zijn hoogtepunt.
De geschiedenis van Xinjiang kent 36 feodale vorstendommen (khanaten) die met elkaar vochten; de regio is van strategische zeer groot belang. Ten tijde van Dzjengis Khan en daarna (Tamerlane) werd de provincie door de Mongolen overheerst. Te vermelden is dat de Mongoolse tijd de eerste en de enige in de geschiedenis is dat West- en Oost- Azië onder één regering vallen.
Xinjiang valt sinds 1949 onder China (en al eerder waren er periodes waarin het tot China behoorde). Maar er is veel verzet door de Oeigoeren die willen dat Xinjiang een zelfstandige land wordt. Tot en met nu zijn er regelmatig dissidenten. Het is op dit punt te vergelijken met Tibet die ook de status zelfstandige provincie heeft en er zijn Tibetanen die een apart land willen zijn.
Voor China is Xinjiang niet in het minst belangrijk vanwege de nucleaire testen die er in de woestijn (Lop Nor) gedaan worden. Met als gevolg vervormingen en hoge sterfte door kanker.

Nog iets over doer de vroege geschiedenis (uit Rough Guide,p.1066):
Xinjiang is de minst Chinese provincie. In de 2e eeuw v.Chr. komt de provincie onder de controle van de Han dynastie (226 v.Chr – 220 n.Chr). in de Tang periode (618 -907) is er een Gouden Eeuw met oases ten Z. van het Tian Shun gebergte. Het was toen bevolkt door de “mysterieuze” Indo-Europese bevolking. Er is een Boeddhistische cultuur. Rond de 9e eeuw komt er een verandering: geleidelijk worden de Oeigoeren dominant en bekeert men zich tot de islam. Doe Oeigoeren zijn van oorsprong Turks, uit de tijd dat de Turken grote delen van Centraal-Azië tot hun gebeid rekenen: ronde ogen, bruin haar, baard dragend. Dan volgt de verovering door de Mongolen en het verdwijnen van de zijderoute en de diverse Khanaten. Er is een soort onafhankelijkheid tot in de Qin dynastie (1644 – 1912). Dan volgen diverse migratiestromen: in de Ili-vallei – de grensstreek tussen Kazachstan en China -  zijn veel migratiegolven over en weer tussen China en Rusland geweest (zie par 3)

2. Vroege Chinese reizigers van de Zijderoute: Zhang Qian
Bij Gansu is beschreven dat de Hexi-corridor een nauwe doorgang is waar alle verkeer van de zijderoute door moest, een gebied van groot strategische belang.
Al vroeg zijn er Chinese reizigers geweest die gingen verkennen: hoe zag het westen eruit, hoe kon China de bedreigingen van de Aziatische volkeren weerstaan en invloed op de zijderoute houden en zijn gebied uitbreiden?
Een mooi voorbeeld van hoe dat in die tijd ging en hoe lang een reis duurde,  is het voorbeeld van Zhang Qian in de 2e eeuw v.Chr.

Zhang Qian werd door de Han keizer Wudi benoemd als afgezant om met een diplomatiek gezelschap van 100 man een verkenningstocht uit te voeren en de in Ferghana (nu oost Oezbekistan en ZW Kirgizië) wonende Yuezhi volksstammen over te halen om zich samen met China tegen het Xiognu-volk (de Hunnen) dat een uitgestrekt rijk in Azië vormde te keren. Hij is tien jaar onderweg, wordt gevangen genomen door de Xiognu en leert zo hun gewoontes en strategieën kennen. Hij trouwt met een Xiognu vrouw en krijgt een zoon. Dan ontsnapt hij en vervolgt zijn missie langs de noordelijke zijderoute – door de Gobi-woestijn en de noordelijke met sneeuw bedekte Pamir bergen - naar Kashgar en Ferghana. Hoewel hij er niet in slaagt een alliantie met de Yuezhi te sluiten, wordt hij goed onthaald en geholpen met zijn verdere reizen naar naburige koninkrijken, waaronder Bactriё (nu Afghanistan) en Sogdië (het oude Turkestan, nu Oezbekistan).

 Zhang Qian verlaat keizer Wudi (gevonden in de Mugao-grotten, 25 km van Dunhuang in Gansu)

een voorbeeld van hoe men reisde

Zhang Qian hoopt op zijn terugweg de Xionghu te vermijden door de zuidelijke zijderoute te nemen. Hij valt dan in handen van andere stammen en wordt nog eens voor een jaar vastgehouden. Na 13 jaar komt hij in 126 v.Chr. bij de keizer terug in Chang’an (nu Xi´An), met één overgebleven attaché van zijn hele delegatie.
Hij rapporteerde in detail over de geografie, culturen en economieën van de 36 kingdommen in de westelijke regio’s – een heel nieuwe wereld voor de Chinezen. Keizer Wudi was verrukt over wat hij hoorde en zond Zhin Qiang in 119 op een vervolgmissie om de contacten te verstevigen. Hij  ging op pad met 300 man, 10.000 schapen en grote hoeveelheden goud en zilver. Hij ging met zijn afgevaardigden naar de hoven van Ferghana, Sogdië, Bactrië, Parthië en Noord-India en kwam vier jaar later terug. Van zijn reisverslagen leerden de Chinezen voor het eerst dat er ook andere hogere beschavingen waren en Chinese goederen door buitenlandse handelaren tot in den verre werden afgezet.

Het bijzondere aan dit verhaal is dat men, geen voorstelling had van de landen waar zijde zo’n gewild artikel was. Dat kunnen we ons nu niet meer voorstellen: dat je geen idee hebt waar de spullen die je verhandelt terecht komen.

3. De Oeigoeren (Uygurs)
(op een enkele plaats overlap met andere paragraaf en met hoofdstukken over Turpan en Kashgar)
Zij spreken een Turkse taal en er zijn 6 miljoen Oeigoeren (tekst 2008, natrekken) ze wonen vooral ten Zuiden van de Thian Shan (Hemelse bergen) en de steden en het platteland van de oases van het Tarim Bassin. Van oorsprong zijn het Turkse stammen die vanaf het zuiden van het Baikal meer vandaan komen. De naam betekent “verenigd”, “verbonden”. De legende zegt dat ze afkomstig zij van het samengaan van een jongen en een wolvin.  Vijandelijke soldaten doden de jongen en de wolvin trekt naar de bergen bij Turpan, alwaar ze 10 jongens baart.. een van de wolf jongens trouwt een menselijke vrouw en produceert de voorouders van de Turkse stam.
In de 6e eeuw is de stam gecentreerd in het Altai gebergte en ze leven als boeren en herders. Ze zijn een groeiende macht tot ze zich splitsen in Oostelijke en Westelijke Turkse khanaten. De Oeigoeren ontstaan uit het Oostelijke khanaat in de 8e eeuw, geholpen door bevriende relaties met de Chinezen. De oeigoeren helpen de verzwakte Tang dynastie (618 -907) te repareren. Tussen 840 en 844 verdrijven de Kyrgiezen de Oeigoeren; sommige stammen vestigen zich in de Hexi-corridor, andere trekken westwaarts naar de oases van de hemelse Bergen, waar dan Indo-Europese mensen wonen. Uiteindelijk krijgen de Oeigoeren zeggenshap over de zijderoute, waarbij ze paarden leveren aan de Chinezen en onafhankelijke koninkrijken vestigen. Ze zeggen hun shamanistische geloven vaarwel en adopteren eerst het Manicheïsme, daarna het Boeddhisme en uiteindelijk in de 10 eeuw de Islam (bij Turpan lees ik dat dat met dwang gepaard gaat). De oeigoeren beïnvloeden sterk de politiek, economie en cultuur van de Mongolen en hun alfabet is de basis voor de Mongoolse geschreven taal.
Na het uiteenvallen van het Mongoolse rijk wordt Xinjiang opgesplitst in Khanaten, met veel onderling vechten. Tijdens de Qin dynastie (1644 – 1912) krijgen de Chinezen weer controile over de regio en in de 18e eeuw zijn  er veel Moslim rellen o.l.v. Yakub Beg (afstammeling van Tanerlane) in de regio. Ze verdrijven eerst de Chinezen uit Kashgar en gaan dan verder Xinjiang veroveren tot aan Urumqi. De meeste moslims houden net zo min van Yakub Beg als van de Chinezen; er wordt een bloedig dictatoriaat gevestigd. In 1877 wordt Yakub Beg uiteindelijk door de Chinezen verslagen. De Chinezen krijgen controle over Chinees Turkestan. In het begin van de 20e eeuw is nog een burgeroorlog tussen moslimkrijgsheren. Ma Zhongying en de Noordelijke commandant Shan Shizai, welke laatste uiteindelijk de zeggenschap over de regio krijgen, staan religieuze vrijheid toe en gaan handel met Rusland aan. Onder dit dictatorschap worden 200.000 ‘linksen’ vermoord. In 1945 gaat Shang een verbond aan met Chang Kai-Shek’s nationalistische regering aan. In de ‘50er jaren probeert de Chinese regering de regio te stabiliseren en probeert de moslimopstanden te reduceren. De Chinezen beschouwen Xinjiang als een afgelegen regio bevolkt met barbaren, terwijl de Oeigoeren de naar Xinjiang getransporteerde Han-Chinezen intimideren. Gemengde huwelijken komen nauwelijks voor. In 1986 zijn hier de eerste antinucleaire protesten tegen de kernproeven van Lop Nor.

De Oeigoeren leven vooral van de land- en fruitbouw en velen werken daarnaast in de productie van zijde en tapijten.
Vanaf de verplichte voorschoolse opvang wordt spelenderwijs Chinees geleerd. Chinees is de voertaal op de basisschool. Dat is sinds ene jaar of 15. Daarvoor kreeg men pas op de middelbare schol Chinees als tweede taal.
De Oeigoerse traditionele kleding wordt nog steeds in Turpan, Kucha en kashgar gedragen. Het kenmerkende petje heet “dopa”. Vrouwen maken zich i.t.t. Chinese vrouwen sterk op (men zal de oudere Chineze vrouwen bedoelen).
Er is Oeigoerse dans en muziek. Men viert alle moslimfeesten, trouwrijen zijn moslim.

4.  De migratie van de Oeigoeren in de Illi-vallei[1] 
In de Ili-vallei – de grensstreek tussen Kazachstan en China -  zijn veel migratiegolven over en weer tussen China en Rusland geweest.
De eerste migratiegolf begint rond 1880 als groepen mensen afstand proberen te nemen van de troepen van de Qin dynastie (1644 – 1912)het Qin rijk is zwak en een aantal en een aantal moslim-rebellen in NW China zetten de Qing dynastie opzij. Er zijn in die tijd een aantal koninkrijken waarvan de Yakub Bek de grootste is , in Zuid Xinijang in de Fergana vallei bij Kashgar. Ze veroveren het Tarim-bassin, nemen Urumqi in. De Oeigoeren waren eerder door de Qin dynastie getransporteerd van de Kashgar regio naar de Illi-vallei. (Oeigoeren betekent: zij die graag oogsten) Rusland maakt van deze ontwikkeling gebruik z’n politieke invloed in Xinjiang uit te breiden. De Qing troepen heroveren de Illi-vallei en de Oeigoerse families vrezen dit regime en willen onder Rusland blijven. De stad Alma-Ata im Kazachstan ontvangt veel van hen.
Dan volgt de Russische revolutie en dat brengt een migratie terug naar China teweeg.
Deze diverse migraties gaan met veel geweld en doodslag gepaard. Over het Russische geweld wordt door de lokale bevolking nog steeds gesproken als “het jaar van het schieten en doden”.
Een 3e migratiegolf volgt  in de 20-er jaren als velen het Stalin-regime ontvluchten.
Het hoogtepunt van de Russische invloed is het neerzetten van een marionettenregime in de Oostelijke Turkestan republiek (1944 – 1949).
Bij het vestigen van de Communistische Republiek China wordt deze republiek weer aan China overgedragen. De 4e migratiegolf van  1953 – 1964 is weer in de andere richting: men ontvlucht het Chinese communistische regime. De Oeigoeren waren vijanden van het volk. Velen maken gebruik van het feit dat ze nog een Russisch paspoort heeft.
In 1944 reist Mao naar Moskou om militaire en economische steun te vragen. De Moskou-Peking-as komt tot stand. Sovjet-adviseurs komen naar Xinjiang voor agrarische en industriële ontwikkeling en er komt een militair verbond: een krediet van 300 miljoen US$. Er komen staatsboerderijen. Urumqi wordt een industrieel centrum door gezamenlijke Chinees-Russische inspanning. Voor China is het vertrekken van de Oeigoeren voordelig omdat er zich daardoor Han Chinezen in de regio kunnen vestigen.
Tijdens het Chroetsjow regime (1953) worden de verhoudingen China – Rusland slechter. De pro-Russische bevolking in Xinjiang worden als dissidenten gezien, velen worden naar werkkampen gestuurd tijdens de ‘100 bloemen campagne” en de Grote Sprong Voorwaarts. Een gevolg van de landbouwpolitiek is hongersnood (van 1959- 1962 sterven over heel China ongeveer 20 miljoen mensen).
In 1962 opent Rusland de Khorgas-pas: of je een paspoort hebt of niet, je mag Rusland in. Weer 100.000 mensen gaan de grens over, tot het ineens verboden wordt.
Er komt groot protest, men valt het gebouw van de communistische partij aan. De Chinezen slaan het geweld met veel protest neer (29 mei-incident). Veel onschuldige mensen worden als misdadiger beschouwd en in de gevangenis gegooid (20 jaar gevangenisstraf). De migratie wordt beperkt.
Als in de 80-er jaren de politiek weer soepeler wordt, komt er levendige interactie tussen de Oeigoeren en de Kazaks.

5. Welke dynastieën zijn er geweest in China? (uit Wikipedia)
-        Shang-Dynastie van 1550 tot 1050 voor Christus
-        Zhou-Dynastie van 1050 tot 221 voor Christus
-        Qin-Dynastie van 221 voor Christus tot 206 na Christus
-        Wei (386 – 534
-        Han-Dynastie van 206 voor Christus tot 220 na Christus
-        Drie Koninkrijken periode van 220 tot 280 na Christus
-        Jin-Dynastie van 265 tot 420 na Christus
-        Periode van de Zestien Koninkrijken van 316 tot 439 na Christus, waaronder:
o   Wei dynastie van 386 – 534 na Christus (toevoeging k&G)
-        Zuidelijke en Noordelijke Dynastieën van 420 tot 589 na Christus
-        Sui-Dynastie van 581 – 618 na Christus
-        Tang-Dynastie van 618 tot 907 na Christus
-        Vijf Dynastieën en Tien koninkrijken van 907 tot 960 na Christus
-        Song-Dynastie van 960 tot 1279 na Christus
-        Yuan-Dynastie van 1279 tot 1368 na Christus
-        Ming-Dynastie van 1368 tot 1644 na Christus
-        Qing-Dynastie van 1644 tot 1912 na Christus



[1] Uit “ Uighur migration across Central Asia frontiers” in Central Asia Survey, volume 23, 2004



[1] Bronnen: Rough Guide pag 227 ev, The Silk Road Xi’An to Kashgar p.52 ev.


[1] Het meeste komt uit “De Silkroad from Xi’An to Kashgar” van Judy Bonavia. Ook de Rough Guide.