De Zijderoute begint
“officieel” in Xi'An, de oude hoofdstad van China. Ver voor Christus was dat al
het centrum van de handel in zijde - toen vooral naar India, Perzië en Mesopotamië
en omgekeerd . In Rome komt de zijde rond de derde eeuw voor christus voor.
Onze reis zal vrij
snel van Beijing naar het westen gaan, door de provincies, Shanxi en Shaanxi,
Gansu en vooral Xinjiang waar de Oeigoeren wonen. Het deel van de zijderoute in
China is al gigantisch. Als je bedenkt dat het “kleine” stukje van Beijing naar Xi’An al een
dag reizen is, zie je op het kaartje dat we behoorlijk lang in de trein zullen
zitten; maar ook steeds voor een paar dagen ergens uitstappen en rondkijken.
Het meest westelijke deel van China is 4000 km van Beijing vandaan. En onze
hele tocht is ca. 8000 km.
Dit hoofdstuk gaat
over de vier provincies van China waar de zijderoute van oudsher doorkomt[1]:
Shanxi en Shaanxi, Gansu,
Xinjiang. Met daarna een voorbeeld van hoe de uitwisseling tussen Oost en West
tot stand kwam, hoe China het westen verkende. Vervolgens een hoofdstukje over
de Oeigoeren, de bewoners van Xinjiang. Dan een paragraafje over de migraties
die er de vanaf 1880 tussen dit deel van China en Kazachstan/Rusland hebben
plaatsgevonden bij de grens tussen Kazachstan en China. En aan het eind worden
de dynastieën opgesomd.
Plaatsen Zijderoute China; Provincies omkaderd
1. De Provincies
Shanxi en Shaanxi
De provincies Shanxi
en Shaanxi worden gedomineerd door de Gele Rivier.
De trein komt door Shanxi
en Shaanxi als je van Beijing naar West China gaat.
Shanxi Provincie heeft een gemiddelde hoogte van 1000
m. boven zeeniveau en is daarmee één groot bergplateau. Aan de Noordkant wordt
zij begrensd door de Chinese muur, aan de Zuidkant door de Gele Rivier. Van
oudsher was het een bastion tegen de noordelijke volksstammen. De provincie
wordt gekenmerkt door de nabijheid van de Gobiwoestijn. En ook door de talrijke
oude – niet gerestaureerde - gebouwen en grotwoningen uit de Song (960 – 1279) en
de Tang dynastie (618 – 907) die er bewaard zijn; men noemt het wel het “museum
boven de grond”. In 2007 zijn we ook met de trein door deze provincie gereisd
en toen stapten we voor een paar dagen uit in het uit de Ming-dynastie Pingyao,
voor Chinese begrippen kleine stad met nog een grotendeels intacte zandstenen muur
van 1,5 km om de hele stad heen. We maakten er een mooie fietstocht om de stad
en in de velden erbuiten.
Tegelijkertijd wordt
de aangrenzende zuidelijker gelegen provincie Shaanxi (twee a’s) genoemd als
“museum onder de grond”. Dan wordt
gedoeld op het beroemde Terracotta leger bij de hoofdstad Xi’An. Wij bezoeken
alleen Xi’An, het startpunt van de Zijderoute. Hoewel er natuurlijk ook een
belangrijke aftakking naar Beijing is waar onze reis begint.
Shaanxi is de
“wieg van de Chinese beschaving” [1]:
·
de Bronzen
eeuw met de Zhou Dynastie 1027 – 771 v.Chr.,
·
de Qin
Dynastie 246 v.Chr. (ook wel 221- 206 v.Chr.) met keizer Zhen die munten standaardiseerde.
Voerde in: wielas (wagon axle lenghts), maten en gewichten, een administratief
systeem dat alle latere dynastieën overnamen. Uit deze tijd is ook het
Terracotta leger (p.70) van de heerser
Shihuangdi (221- 201 v.Chr.).
·
Tijdens de
Han-dynastie (206 v.Chr. – 220 n.Chr) beginnen karavanen te trekken van en naar het westen, in concurrentie met
het Romeinse rijk. Overigens wordt (zie H2) al in 2500 v.Chr. Melding gemaakt
van verhandelen van zijde naar het westen.
·
De Gouden
Eeuw van China is een paar eeuwen later: 618 tijdens de Tang-dynastie. Xi’An
(Chang’an) was de grootste kosmopolitische stad ter wereld: handelaren, diplomaten,
kunstenaars en tempels. Naast de eigen Chinese denkwijze waarvan nu het Taoïsme
en Confucianisme grote bekendheid hebben moeten ook niet Chinese geloven zoals
het Zoroastrische en vooral het Boeddhisme genoemd worden. Met name langs de
zijde route verspreidt het Boeddhisme zich naar China. Xi’An is lange tijd hét
Boeddhistische leercentrum van Azië.
Gansu
Provincie Gansu
Gansu is een
natuurlijke corridor die van oudsher China met Xinjiang en Centraal-Azië
verbindt (Xinjiang behoorde niet altijd tot China). Het is een bottleneck waar alle verkeer langs
moest, tussen het hoge Tibetaanse
plateau in het zuiden en de Mongoolse expansies in het noorden. In het NW wordt
de Gobiwoestijn begrensd door het Mongoolse plateau aan één kant en de Qilian
bergen aan de zuidelijke kant. Men noemt dat de Hexi-corridor. Tijdens de Han-dynastie (206 v.Chr. – 220 n.Chr.)
heeft China er hard gevochten om de lucratieve zijderoute te verdedigen tegen
Tibetanen en andere stammen. Men begon
toen al met het bouwen van de Chinese muur in deze corridor. In de 2e
eeuw hieven de Chinezen er al tol. De provincie is in grote delen dor en kaal. “Er
is hier niets te doen dan zitten en luisteren naar het gehuil van de wind”,
wordt er geschreven. In het Zuiden is grasland en er zijn indrukwekkende
bergen. Met het uitbreiden van haar grenzen werd ook de Chinese muur verder
naar het westen gebouwd.
De Han-soldaten
vertrouwden op hun paarden, die uit de recent ontdekte koninkrijken van
Centraal Azië kwamen. Pas in de Mongoolse tijd, de Yuan Dynastie, werd Gansu
een officiële provincie van China.
Gansu was lang een
verarmde provincie. Nu is de regering bezig er snel te industrialiseren; de
provincie is rijk aan olie, kolen, nikkel, platina, chroom, lood en kalksteen.
De meerderheid van de bevolking is Han-Chinees, maar er zijn een tiental
minderheidsgroepen.
Gansu wordt wel als een andere geboorteplaats van de
Chinese beschaving gezien. Er zijn archeologische vondsten. Langs de route zijn oude Boeddhistische grotten.
Het wereldberoemde “flying horse van Gansu”
uit de Han-Dynastie, een smal bronzen sculptuur,
werd in Duwei ontdekt
Xinjiang
provincie Xinjiang
Xinjiang – Xinjiang
Uigur Autonomous Region - is het minst “Chinese” gedeelte van China. Het land
van de Oeigoeren. De steden Turpan en Kashgar zullen wij er bezoeken. Zij doen
denken aan het oude Turkestan en in de stad Yining (waar we niet zullen komen –
een te grote omweg) met z’n prachtige meer ligt tegen Kazachstan aan.
Xinjiang ligt 3000
tot 4000 km westelijk van Beijing. Het is voor het grootste gedeelte bedekt met
woestijn en bergen. Het bestaat uit 2 bassins – het Junggar bassin en het Tarim
Bassin -, die doorsneden worden door het Tien Shin gebergte (de Hemelse
bergen), in het zuiden wordt het begrensd door de Taklaman woestijn. Taklaman
staat letterlijk voor: kom er binnen en je keert nooit meer terug. Het is iets
groter dan West-Europa. En het kent een
grote gevarieerdheid: met naaldbomen bedekte berggraslanden, zandduinen,
ijspieken, kalkstenen bergtoppen en helder blauwe zoutwatermeren. Turpan is het
laagste punt van heel China, terwijl de Hemelse bergen tot de hoogste behoren.
Meer dan 2000 jaar
trekt de zijderoute hier al reizigers. Tijdens de Tang-dynastie (617 – 907) is
het verkeer er op zijn hoogtepunt.
De geschiedenis van
Xinjiang kent 36 feodale vorstendommen (khanaten) die met elkaar vochten; de
regio is van strategische zeer groot belang. Ten tijde van Dzjengis Khan en
daarna (Tamerlane) werd de provincie door de Mongolen overheerst. Te vermelden
is dat de Mongoolse tijd de eerste en de enige in de geschiedenis is dat West-
en Oost- Azië onder één regering vallen.
Xinjiang valt sinds
1949 onder China (en al eerder waren er periodes waarin het tot China behoorde).
Maar er is veel verzet door de Oeigoeren die willen dat Xinjiang een
zelfstandige land wordt. Tot en met nu zijn er regelmatig dissidenten. Het is
op dit punt te vergelijken met Tibet die ook de status zelfstandige provincie
heeft en er zijn Tibetanen die een apart land willen zijn.
Voor China is
Xinjiang niet in het minst belangrijk vanwege de nucleaire testen die er in de
woestijn (Lop Nor) gedaan worden. Met als gevolg vervormingen en hoge sterfte
door kanker.
Nog iets over doer de vroege geschiedenis (uit Rough Guide,p.1066):
Xinjiang is de minst Chinese provincie. In de 2e eeuw v.Chr. komt de provincie onder de controle van de Han dynastie (226 v.Chr – 220 n.Chr). in de Tang periode (618 -907) is er een Gouden Eeuw met oases ten Z. van het Tian Shun gebergte. Het was toen bevolkt door de “mysterieuze” Indo-Europese bevolking. Er is een Boeddhistische cultuur. Rond de 9e eeuw komt er een verandering: geleidelijk worden de Oeigoeren dominant en bekeert men zich tot de islam. Doe Oeigoeren zijn van oorsprong Turks, uit de tijd dat de Turken grote delen van Centraal-Azië tot hun gebeid rekenen: ronde ogen, bruin haar, baard dragend. Dan volgt de verovering door de Mongolen en het verdwijnen van de zijderoute en de diverse Khanaten. Er is een soort onafhankelijkheid tot in de Qin dynastie (1644 – 1912). Dan volgen diverse migratiestromen: in de Ili-vallei – de grensstreek tussen Kazachstan en China - zijn veel migratiegolven over en weer tussen China en Rusland geweest (zie par 3)
2. Vroege Chinese reizigers
van de Zijderoute: Zhang Qian
Bij
Gansu is beschreven dat de Hexi-corridor een nauwe doorgang is waar alle
verkeer van de zijderoute door moest, een gebied van groot strategische belang.
Al
vroeg zijn er Chinese reizigers geweest die gingen verkennen: hoe zag het
westen eruit, hoe kon China de bedreigingen van de Aziatische volkeren
weerstaan en invloed op de zijderoute houden en zijn gebied uitbreiden?
Een
mooi voorbeeld van hoe dat in die tijd ging en hoe lang een reis duurde, is het voorbeeld van Zhang Qian in de 2e
eeuw v.Chr.
Zhang
Qian werd door de Han keizer Wudi benoemd als afgezant om met een diplomatiek gezelschap
van 100 man een verkenningstocht uit te voeren en de in Ferghana (nu oost
Oezbekistan en ZW Kirgizië) wonende Yuezhi volksstammen over te halen om zich
samen met China tegen het Xiognu-volk (de Hunnen) dat een uitgestrekt rijk in
Azië vormde te keren. Hij is tien jaar onderweg, wordt gevangen genomen door de
Xiognu en leert zo hun gewoontes en strategieën kennen. Hij trouwt met een
Xiognu vrouw en krijgt een zoon. Dan ontsnapt hij en vervolgt zijn missie langs
de noordelijke zijderoute – door de Gobi-woestijn en de noordelijke met sneeuw
bedekte Pamir bergen - naar Kashgar en Ferghana. Hoewel hij er niet in slaagt
een alliantie met de Yuezhi te sluiten, wordt hij goed onthaald en geholpen met
zijn verdere reizen naar naburige koninkrijken, waaronder Bactriё (nu
Afghanistan) en Sogdië (het oude Turkestan, nu Oezbekistan).
Zhang Qian verlaat keizer
Wudi (gevonden in de Mugao-grotten, 25 km van Dunhuang in Gansu)
een voorbeeld van hoe men reisde
Zhang
Qian hoopt op zijn terugweg de Xionghu te vermijden door de zuidelijke
zijderoute te nemen. Hij valt dan in handen van andere stammen en wordt nog
eens voor een jaar vastgehouden. Na 13 jaar komt hij in 126 v.Chr. bij de
keizer terug in Chang’an (nu Xi´An), met één overgebleven attaché van zijn hele
delegatie.
Hij
rapporteerde in detail over de geografie, culturen en economieën van de 36
kingdommen in de westelijke regio’s – een heel nieuwe wereld voor de Chinezen.
Keizer Wudi was verrukt over wat hij hoorde en zond Zhin Qiang in 119 op een
vervolgmissie om de contacten te verstevigen. Hij ging op pad met 300 man, 10.000 schapen en
grote hoeveelheden goud en zilver. Hij ging met zijn afgevaardigden naar de
hoven van Ferghana, Sogdië, Bactrië, Parthië en Noord-India en kwam vier jaar
later terug. Van zijn reisverslagen leerden de Chinezen voor het
eerst dat er ook andere hogere beschavingen waren en Chinese goederen door
buitenlandse handelaren tot in den verre werden afgezet.
Het
bijzondere aan dit verhaal is dat men, geen voorstelling had van de landen waar
zijde zo’n gewild artikel was. Dat kunnen we ons nu niet meer voorstellen: dat
je geen idee hebt waar de spullen die je verhandelt terecht komen.
3. De Oeigoeren (Uygurs)
(op
een enkele plaats overlap met andere paragraaf en met hoofdstukken over Turpan
en Kashgar)
Zij
spreken een Turkse taal en er zijn 6 miljoen Oeigoeren (tekst 2008, natrekken)
ze wonen vooral ten Zuiden van de Thian Shan (Hemelse bergen) en de steden en het
platteland van de oases van het Tarim Bassin. Van oorsprong zijn het Turkse
stammen die vanaf het zuiden van het Baikal meer vandaan komen. De naam
betekent “verenigd”, “verbonden”. De legende zegt dat ze afkomstig zij van het
samengaan van een jongen en een wolvin.
Vijandelijke soldaten doden de jongen en de wolvin trekt naar de bergen
bij Turpan, alwaar ze 10 jongens baart.. een van de wolf jongens trouwt een
menselijke vrouw en produceert de voorouders van de Turkse stam.
In
de 6e eeuw is de stam gecentreerd in het Altai gebergte en ze leven
als boeren en herders. Ze zijn een groeiende macht tot ze zich splitsen in
Oostelijke en Westelijke Turkse khanaten. De Oeigoeren ontstaan uit het
Oostelijke khanaat in de 8e eeuw, geholpen door bevriende relaties
met de Chinezen. De oeigoeren helpen de verzwakte Tang dynastie (618 -907) te
repareren. Tussen 840 en 844 verdrijven de Kyrgiezen de Oeigoeren; sommige
stammen vestigen zich in de Hexi-corridor, andere trekken westwaarts naar de
oases van de hemelse Bergen, waar dan Indo-Europese mensen wonen. Uiteindelijk
krijgen de Oeigoeren zeggenshap over de zijderoute, waarbij ze paarden leveren
aan de Chinezen en onafhankelijke koninkrijken vestigen. Ze zeggen hun
shamanistische geloven vaarwel en adopteren eerst het Manicheïsme, daarna het
Boeddhisme en uiteindelijk in de 10 eeuw de Islam (bij Turpan lees ik dat dat
met dwang gepaard gaat). De oeigoeren beïnvloeden sterk de politiek, economie
en cultuur van de Mongolen en hun alfabet is de basis voor de Mongoolse
geschreven taal.
Na
het uiteenvallen van het Mongoolse rijk wordt Xinjiang opgesplitst in Khanaten,
met veel onderling vechten. Tijdens de Qin dynastie (1644 – 1912) krijgen de
Chinezen weer controile over de regio en in de 18e eeuw zijn er veel Moslim rellen o.l.v. Yakub Beg
(afstammeling van Tanerlane) in de regio. Ze verdrijven eerst de Chinezen uit
Kashgar en gaan dan verder Xinjiang veroveren tot aan Urumqi. De meeste moslims
houden net zo min van Yakub Beg als van de Chinezen; er wordt een bloedig
dictatoriaat gevestigd. In 1877 wordt Yakub Beg uiteindelijk door de Chinezen
verslagen. De Chinezen krijgen controle over Chinees Turkestan. In het begin
van de 20e eeuw is nog een burgeroorlog tussen moslimkrijgsheren. Ma
Zhongying en de Noordelijke commandant Shan Shizai, welke laatste uiteindelijk
de zeggenschap over de regio krijgen, staan religieuze vrijheid toe en gaan
handel met Rusland aan. Onder dit dictatorschap worden 200.000 ‘linksen’
vermoord. In 1945 gaat Shang een verbond aan met Chang Kai-Shek’s
nationalistische regering aan. In de ‘50er jaren probeert de Chinese regering
de regio te stabiliseren en probeert de moslimopstanden te reduceren. De
Chinezen beschouwen Xinjiang als een afgelegen regio bevolkt met barbaren,
terwijl de Oeigoeren de naar Xinjiang getransporteerde Han-Chinezen
intimideren. Gemengde huwelijken komen nauwelijks voor. In 1986 zijn hier de
eerste antinucleaire protesten tegen de kernproeven van Lop Nor.
De
Oeigoeren leven vooral van de land- en fruitbouw en velen werken daarnaast in
de productie van zijde en tapijten.
Vanaf
de verplichte voorschoolse opvang wordt spelenderwijs Chinees geleerd. Chinees
is de voertaal op de basisschool. Dat is sinds ene jaar of 15. Daarvoor kreeg
men pas op de middelbare schol Chinees als tweede taal.
De
Oeigoerse traditionele kleding wordt nog steeds in Turpan, Kucha en kashgar
gedragen. Het kenmerkende petje heet “dopa”. Vrouwen maken zich i.t.t. Chinese
vrouwen sterk op (men zal de oudere Chineze vrouwen bedoelen).
Er
is Oeigoerse dans en muziek. Men viert alle moslimfeesten, trouwrijen zijn
moslim.
In
de Ili-vallei – de grensstreek tussen Kazachstan en China - zijn veel migratiegolven over en weer tussen
China en Rusland geweest.
De
eerste migratiegolf begint rond 1880 als groepen mensen afstand proberen te nemen
van de troepen van de Qin dynastie (1644 – 1912)het Qin rijk is zwak en een
aantal en een aantal moslim-rebellen in NW China zetten de Qing dynastie opzij.
Er zijn in die tijd een aantal koninkrijken waarvan de Yakub Bek de grootste is
, in Zuid Xinijang in de Fergana vallei bij Kashgar. Ze veroveren het
Tarim-bassin, nemen Urumqi in. De Oeigoeren waren eerder door de Qin dynastie
getransporteerd van de Kashgar regio naar de Illi-vallei. (Oeigoeren betekent:
zij die graag oogsten) Rusland maakt van deze ontwikkeling gebruik z’n
politieke invloed in Xinjiang uit te breiden. De Qing troepen heroveren de
Illi-vallei en de Oeigoerse families vrezen dit regime en willen onder Rusland
blijven. De stad Alma-Ata im Kazachstan ontvangt veel van hen.
Dan
volgt de Russische revolutie en dat brengt een migratie terug naar China
teweeg.
Deze
diverse migraties gaan met veel geweld en doodslag gepaard. Over het Russische
geweld wordt door de lokale bevolking nog steeds gesproken als “het jaar van
het schieten en doden”.
Een
3e migratiegolf volgt in de
20-er jaren als velen het Stalin-regime ontvluchten.
Het
hoogtepunt van de Russische invloed is het neerzetten van een marionettenregime
in de Oostelijke Turkestan republiek (1944 – 1949).
Bij
het vestigen van de Communistische Republiek China wordt deze republiek weer
aan China overgedragen. De 4e migratiegolf van 1953 – 1964 is weer in de andere richting:
men ontvlucht het Chinese communistische regime. De Oeigoeren waren vijanden
van het volk. Velen maken gebruik van het feit dat ze nog een Russisch paspoort
heeft.
In
1944 reist Mao naar Moskou om militaire en economische steun te vragen. De
Moskou-Peking-as komt tot stand. Sovjet-adviseurs komen naar Xinjiang voor
agrarische en industriële ontwikkeling en er komt een militair verbond: een
krediet van 300 miljoen US$. Er komen staatsboerderijen. Urumqi wordt een
industrieel centrum door gezamenlijke Chinees-Russische inspanning. Voor China
is het vertrekken van de Oeigoeren voordelig omdat er zich daardoor Han
Chinezen in de regio kunnen vestigen.
Tijdens
het Chroetsjow regime (1953) worden de verhoudingen China – Rusland slechter.
De pro-Russische bevolking in Xinjiang worden als dissidenten gezien, velen
worden naar werkkampen gestuurd tijdens de ‘100 bloemen campagne” en de Grote
Sprong Voorwaarts. Een gevolg van de landbouwpolitiek is hongersnood (van 1959-
1962 sterven over heel China ongeveer 20 miljoen mensen).
In
1962 opent Rusland de Khorgas-pas: of je een paspoort hebt of niet, je mag
Rusland in. Weer 100.000 mensen gaan de grens over, tot het ineens verboden
wordt.
Er
komt groot protest, men valt het gebouw van de communistische partij aan. De
Chinezen slaan het geweld met veel protest neer (29 mei-incident). Veel
onschuldige mensen worden als misdadiger beschouwd en in de gevangenis gegooid
(20 jaar gevangenisstraf). De migratie wordt beperkt.
Als
in de 80-er jaren de politiek weer soepeler wordt, komt er levendige interactie
tussen de Oeigoeren en de Kazaks.
5. Welke dynastieën zijn er
geweest in China? (uit
Wikipedia)
-
Shang-Dynastie van 1550 tot 1050 voor Christus
-
Zhou-Dynastie van 1050 tot 221 voor Christus
-
Qin-Dynastie van 221 voor Christus tot 206 na Christus
-
Wei
(386 – 534
-
Han-Dynastie van 206 voor Christus tot 220 na Christus
-
Drie Koninkrijken periode van 220 tot 280 na Christus
-
Jin-Dynastie van 265 tot 420 na Christus
-
Periode van de Zestien Koninkrijken van 316 tot 439 na
Christus, waaronder:
o
Wei
dynastie van 386 – 534 na Christus (toevoeging k&G)
-
Zuidelijke en Noordelijke Dynastieën van 420 tot 589
na Christus
-
Sui-Dynastie van 581 – 618 na Christus
-
Tang-Dynastie van 618 tot 907 na Christus
-
Vijf Dynastieën en Tien koninkrijken van 907 tot 960
na Christus
-
Song-Dynastie van 960 tot 1279 na Christus
-
Yuan-Dynastie van 1279 tot 1368 na Christus
-
Ming-Dynastie van 1368 tot 1644 na Christus
-
Qing-Dynastie van 1644 tot 1912 na Christus





